is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de kolonie Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vaste woonplaats van de welgestelde Israëlieten, maar het was nog steeds gebruik dat de gegoede Israëlieten van Paramaribo bij de viering van het loofhuttenfeest telken jare daar eenige weken kwamen doorbrengen, zoodat er toen nog leven en welvaart op de Joden Savanna was. Thans vindt men van dat alles niets meer; op de Joden Savanna staat geen Synagoge, staat geen enkel huis meer, en men kan het zich haast niet voorstellen, dat op die nu geheel verlaten hoogte een welvarend dorp heeft gestaan.

In het algemeen was er in de 18de eeuw groote weelde in de wijze van leven in Suriname. Er waren toen te Paramaribo paarden en rijtuigen in overvloed. Het aantal rijpaarden maakte het mogelijk, dat in de dagen van Gouverneur Mauritius, zooals in diens dagboek verhaald wordt, op zijn geboortedag een groot aantal burgers als ridders in roode rokken te zijner eere te paard een optocht hielden. — Op dit oogenblik is het aantal paarden en rijtuigen zelfs te Paramaribo al zeer klein.

Bij velen in de kolonie bestaat tengevolge van de zoo herhaalde tegenvallers een groote moedeloosheid; een energiek krachtig optreden komt thans in Suriname weinig voor. De laatste tien jaren heeft men eerst de ziekte in de cacao gehad, en toen men daarna hoopte en vertrouwde zich door de bacovencultuur te zullen herstellen, brak in de bacoven de Panamaziekte uit. Het laat zich hooren, dat die opeenvolgende tegenspoeden de planters zwaar gedrukt hebben. Welnu men trachte dan daar, waar het noodig is, goede energieke werkkrachten voor de directies der plantages uit Nederland te zenden. De hoogere belooning, die uitgezonden werkkrachten eischen, moet niet afschrikken; zij brengt hare rente wel op.

Ongelukkigerwijs bestaat in den laatsten tijd bij het jonge opkomende geslacht in ons land geen groote opgewektheid om naar onze koloniën te gaan en zich daar een werkkring te kiezen. Daarbij komt dat voor onze Oost-Indische koloniën door de uitbreiding van onze bestuurswerkzaamheden en door toeneming en ontwikkeling van de particuliere ondernemingen groote behoefte bestaat aan degelijk personeel, en het welvarend Oost Indië natuurlijk meer trekt dan de kolonie Suriname met hare malaise en haar moeilijkheden. Gemakkelijk is het dus niet om de mannen te krijgen, die men