is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de kolonie Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1735 kwamen voor het eerst drie broeders der Moravische Broederschap (thans de Evangelische Broedergemeente) in de kolonie; zij waren naar de kolonie gezonden om te onderzoeken, of en hóe de gemeente haar zendingsarbeid daar zou kunnen verrichten. De Moravische Broederschap vestigde zich in 1739 in Suriname. De Gouverneur Mauritius, die ongeveer in het midden van de 18de eeuw het bestuur voerde, was aan de Christelijke Zending zeer welgezind. Hij hoopte dat de verbreiding van het Christendom ook op de planters een goeden invloed zou hebben en het lot der slaven op de plantages zou worden verzacht. Het was onder zijn bestuur, dat door een Protestantsch predikant voor het eerst een slaaf als Christen werd gedoopt. De Moravische Broederschap had zijn steun en heeft ook onder de slaven haar zendingswerk gedaan; zij is steeds met succes in de kolonie werkzaam gebleven en wijdt zich ook nu nog met toewijding aan haar zeer omvangrijke taak. Behalve het onderwijssubsidie wordt haar voor haar eeredienst door het Gouvernement nog een jaarlijksch subsidie uitgekeerd (in 19x3 f 16000).

De Roomsch Katholieken zijn eerst later hun werk in de kolonie begonnen; aanvankelijk werden zij niet toegelaten. In het laatst van de zeventiende eeuw werd tegen den Gouverneur VAN SOMMELSDIJCK bij de Directeuren van de Geoctroyeerde Societeit van Suriname in Holland een klacht ingediend op grond dat hij twee Paapsche geestelijken in de kolonie had toegelaten, waardoor vele kolonisten den Katholieken godsdienst aannamen. Men achtte dit hoogst bedenkelijk en men eischte dat VAN SOMMELSDIJCK de beide geestelijken naar Holland zou terugzenden. De beide geestelijken waren echter inmiddels overleden en VAN SOMMELSDIJCK liet, om aan den ontvangen last te voldoen, hun lijken opgraven en hun gebeente naar Holland zenden. Men was daarover zeer ontstemd en de beenderen der overleden priesters werden weder naar Suriname teruggezonden, waar zij weder werden begraven.

De Katholieken hebben later bij herhaling pogingen aangewend, teneinde hun de vrijheid zou worden gegeven om hun godsdienst openlijk te belijden en hun gemeente te doen erkennen. In het laatst van de 18de eeuw luidden de adviezen in Suriname dat men tijden beleefde, waarin vele