is toegevoegd aan uw favorieten.

De varianten van Vondel's Palamedes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wending syn heer vaders leenen 1) blijft.

Dat daerdoen (regel 13) in 1652 verdwijnt, merkt v. Heiten zelf reeds op.

Zoo komen we dan tot de syntactische veranderingen; de moderniseering van de taal ten opzichte van de syntaxis. Als bij het voorafgaande bepalen we ons strikt tot die veranderingen, waaraan een taalkundige reden ten grondslag lag. Verandert V. dus een zinsorde om de welluidendheid, om de sierlijkheid — dan wordt dit geval eerst in de volgende hoofdafdeeling behandeld. En de syntactische veranderingen, die een gevolg zijn van een streven naar zuiverder Hollandsch, vonden reeds in het vorige hoofdstuk een plaats.

N. Verba 2).

Allereerst een enkel woord over de door van Heiten in dit deel van zijn werk aangehaalde bewijsplaatsen uit Palamedes. Voor verreweg het grootste deel blijven ze bij de herziening ongewijzigd. Hier bespreken we dan alleen de enkele gevallen waarbij dit niet zoo is.

„Was in V's tijden het pleit tusschen du en ghij, tusschen den uitgang s (st, ste) en t in den ind. en conjunct, beslist (een enkele vorm op st . . ., en een zeldzaam du, dijn, ... is natuurlijk niet van groot gewicht), in den imperatief bleef de strijd nog voortduren: naast den pluralisvorm op-f, dien men bij consequentie als den uitsluitend gebruikelijken vorm zou verwachten, verschijnt ook de oorspr. singularisvorm, zonder-/, of is veel liever de meest gewone. Bovendien behooren zinnen, als de boven uit het Dietsch geciteerde, met twee of meer verbonden imperatieven, waarvan de een met, de ander zonder het suffix t, lang niet tot de zeldzaamheden". Aldus Prof. v. Heiten, en als bewijzen voor het laatste lid dezer bewering voert hij o. a. aan Pal. 1996, 3) 406, en 2002. Voor een imp. sing. op t nog Pal. 1880.

1) 240.

2) V. Heiten § 163 — § 199.

3) Bij vergissing tweemaal opgegeven.