is toegevoegd aan uw favorieten.

De varianten van Vondel's Palamedes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

667—670:

1625.

.... o suyl, die self'

Draeght onbeswaert dat swaer [gewelf.

O die met ysren scepter heerscht, En blijfter laest, en waert'er eerst: Die ....

697—700:

1625.

Dat d'Africaen soo wreed als [sterck

Van menschenhoofden boude een' [kerck:

En dat sijn /empe/priester had Een doodshoofd tot sijn wieroock-

[vat

1652.

. ... ö zuil die zelf Draeght onbezwaert dat zwaer [gewelf,

Met uwen ysren ....

1652.

Dat d' Afrikaen, zoo

wreet als

[sterck,

Van menschenhoofden boude een [kerck,

Zijn kerckgewijde priester hadt Een dootshooft tot zijn wie[roockvat;

Er waren al eenige dat's en en dat's voorafgegaan. [Die veelvuldige herhaling deed echter, m. i., bij de opsomming dertallooze gruwelen, eene goede werking.] Echter: nu komt het onmogelijke woord kerckgewijde, en ... . vlak na kerck. Deze plaats mag wel gelden als éen van de vele bewijzen van de geringe zorg, waarmee Vondel bij het veranderen naar een bepaald beginsel te werk gaat.

724:

1625.

Die dobbeltrony Janus slacht, Die achter grynst, van vooren [lacht.

1625.

Van achter grimt,

van vore [lacht.

We kunnen inderdaad niet welsprekender betoogen dan door eene eenvoudige opsomming van bewijsplaatsen. Echter is er wellicht iets voor te zeggen, dat die lijst niet langer voortdure dan noodig is om de beoogde overtuiging bij den lezer te vestigen. Zoo meen ik dan hier te mogen eindigen. 1)

i) Zie verder o.a. 399, 775, 965, 1006, 1060, 1072, 1083, 1148, 1287, 1311, 1391, 1467, 1482, 1491, 1635, 1837, 1838, 1878, 1888, 1958, 2013, 2114, 2222, klinckdicht 9, e.a.