is toegevoegd aan uw favorieten.

De varianten van Vondel's Palamedes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e.a.) Trouwens, wie weet niet, hoe Vondel dezen en de andere drijvers, een Smout, een Bogaert, verafschuwde

„Die over hunne waeyen." 1) de soomen van hun kleed, en mantels laeten swaeijen 2) .... wiêr hoeden breed van randen,

Gebogen van ter sij vóór spits, en achter spits,

Beschaeduwen 't gelaet . . ." 3)

Het is wellicht gepast, in dit verband, de verandering van veldheer in maerschalck ot veldmaerschalck te bespreken, die we aantreffen in regel 1021 (veldheer-maerschalck), 1056 (id.), 1601 (des veldheers-'s veltmaerschalcks), 1613 ('s veldheers-s' maerschalcks). 4)

Bij de eerste der hier genoemde plaatsen teekent v. Lennep aan : „Waerom Maarschalk in plaats van Veldheer gezet ? Omdat de betrekking van Maarschalk een ambt en bediening is, en dus meer dan die van Veldheer, welke van algemeener beteekenis is, kon worden gelijk geacht aan die van Kapitein-Generaal door Maurits bekleed."

M. i. moeten we de reden der verandering elders zoeken.

De Groote Vergadering had in 1651 besloten, dat er in vredestijd geen kapitein-generaal zou zijn — alleen een veldmaarschalk. 5) En nu is in de hier aangegeven veranderingen van Vondel — die geen van alle, en allerminst de derde, tot welluidendheid zijner verzen bijdragen! — m. i. niets te zien, dan een eenvoudige moderniseering.

Als den hoogsten militairen bevelhebber kende men voortaan den veldmaarschalk — welnu, zoo betitelt Vondel dan den opperbevelhebber der Grieken — misschien, maar dat is niet zeker, ook, om voortdurend 't verband tusschen deze Grieksche én de vaderlandsche historie voelbaar te doen zijn.

1) kuiten.

2) Dit gedeelte past trouwens ook bijzonder goed op pastoors!

3) Pal. 951 vgg. Vg. hiermee Haec Libertatis Ergo 65.

4) In 1099 blijft echter veldheer, in den Inhoud wordt met kennisse des veldheers — niet zonder kennisse des velt heer en — in de Inl. blijft velt hier schappij.

5) Zie Prof. Dr. P. J: Blok. Geschiedenis van het Nederl. Volk V. 46.