is toegevoegd aan uw favorieten.

De wet des Geestes in het rijk der genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zenuwen gewerkt wordt. Het zondebesef ontwaakt en stralen van genade en van het heil doordringen de ziel. Zij is wakker geworden, maar nog niet bekeerd. Voorloopig heeft men nog meer oog voor de zonden dan voor de zonde. Men ziet de grove fouten in zijn leven, maar men merkt nog maar weinig of niets van zijn innerlijken toestand, die slechts bederf en dood is. De Heilige Geest kon hem wel, wat aan de oppervlakte van het leven ligt, doen zien, maar het inwendige, algeheele bederf blijft meestal nog verborgen. Het is zeer verkeerd en het zou zelfs heel gevaarlijke gevolgen kunnen hebben, te verklaren, dat zulke ontwaakte zielen bekeerd zijn en om haar dat te doen gelooven.

Bij zielen, die van jongsaf onder den invloed van het Woord Gods hebben gestaan, is het meestal zeer moeilijk vast te stellen, wanneer het ontwaken der ziel was begonnen. Dit is ook overbodig .Bij die personen echter, die een goddeloos, wereldsch leven hebben geleid, kost het minder moeite om het op te merken, als er. in hen een beslist ontwaken begonnen is. Bij iedereen, in wien God eenmaal zijn werk heeft begonnen, komt dit tot uiting in het ontwaken uit den zondeslaap en in het vragen naar God met een: „Wat moet ik doen om zalig te worden?" of een: „Hoe kan ik mijn ziel redden?" Is eene ziel zich eenmaal helder bewust tegenover God en zichzelf, wat het zeggen wil: zonde en gerechtigheid, dan is zij ontwaakt. De Heilige Geest is begonnen aan haar te werken. Hij plaatst haar in het goddelijk licht. De zoete rust van den zonde- en doodslaap is uit. De ziel is door deze genade een nieuw tijdperk ingetreden.

Maar hoe gedraagt zich meestal de mensch, nadat hij door God in dezen toestand is verplaatst? Het antwoord hierop ligt in de vraag van den rijken jongeling: „Wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beërve? Nu is het wel opmerkelijk, dat de Heiland hem op „het houden der geboden" wijst.