is toegevoegd aan uw favorieten.

De wet des Geestes in het rijk der genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom doet Hij dit? Ten eerste, omdat de jongeling, zooals ieder ander in half verlichten toestand het eigen doen om zalig te worden op den voorgrond stelt. Ten tweede, omdat Jezus wilde, dat hij zich daarmede zoo lang zou aftobben, totdat zijn eigene kracht vergaan zou zijn, opdat hij op deze wijze zou komen tot het bewustzijn van zijne nietigheid, zijne zonde — en zonden — en van zijne algeheele onmacht, want zonder een volkomen en oprecht zondebesef is geen echte en ware toestand van genade mogelijk. Hoe verschillend ook het aanvoelen en het erkennen van de zonde onder deze omstandigheden moge zijn, bij alle ontwaakten is er een verlangen en streven naar vernieuwing en redding. Men wil anders, vromer en beter worden om tot God te komen. Men drijft zijn geestelijk, godsdienstig doen tot het uiterste. Wat doet men al niet om aan zijne angstige ziel rust te verschaffen? Men slooft zich uit met het bezoeken van alle mogelijke godsdienstige samenkomsten, met het doen van werken van barmhartigheid, met arbeiden ten bate van de zending, met kastijdingen des lichaams, met het doen van geloften aan God enz. enz. Ziedaar het doen en streven van den geestelijk ontwaakten mensch. God moet in sommige zielen dikwijls lange en diepe voren trekken met den ploeg der Wet. Men wil den wilden appelboom dwingen goede vruchten te dragen door hem te snoeien en vast te binden. Maar bij al dat dringen en dwingen brengt die wilde boom toch slechts wilde appelen voort. Ook de omgeploegde, maar nog niet bezaaide akker brengt geen koren, doch slechts onkruid voort.

Door het ontwaken eener ziel uit den slaap der zonde zijn de troebele wateren van een leven zonder God wel is waar een weinig tot staan gebracht en de dijken door godsdienstige werken en kastijdingen iets opgehoogd; maar de oorsprong der zonde is daarom nog niet weg. Daar helpt geen ploegen, geen snoeien en beperken, geen dijkverhooging en geen stuw.