is toegevoegd aan uw favorieten.

De toekomst der maatschappij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch de levensarbeid, de sociale waarde van de begaafden, van — en dan steeds verder afdalend — van de kloeken, de gewonen, de middelsoort, de slappen, en eindelijk — als men hiervan nog bij hen spreken kan: van de verkeerden van allerlei soort, tot de idioten en misdadigers toe. Ongelooflijk groot en diepgaand is het verschil tusschen wat -die allen bereiken, wat zij doen, wat zij waard zijn. En nog eens: opvoeding baat niet, de aangeboren aard blijft en stempelt hen tot dien arbeid, verplicht hen tot die toekomst. Geen beter onderwijs, geen betere huisvesting, geen leeszalen, geen volksmuziek, geen loonsverhooging, geen betere voeding veranderen dit ooit. Dit wil waarlijk niet zeggen, dat alles is waardeloos. Ik zeg eenvoudig maar: dat alles kan in allerlei opzichten goed zijn, uitnemend, wenschenswaard, dringend noodzakelijk, o ja! . . . maar: het verandert die verschillen en de gevolgen daarvan niet. Immers, waar al die voorwaarden op allergelukkigste wijze vervuld zijn, daar zijn die verschillen toch net precies even goed aanwezig. Wat 'n domooren vindt men niet omder de aller-allerhoogste klasse, wat n egoïsten, wat n platte, lage zielen. Dit beteekent natuurlijk alleen maar, dat die onder hen juist even goed gevonden worden als elders. En tusschen de volken ook weer datzelfde immense verschil in aard en daardoor ook — noodzakelijk gevolg ervan — in kunnen, in doen, in praesteeren, in waarde. Een volk met 5 % kloeken en met 1 op de 1000 begaafden overtreft ontzaggelijk in beschavingsarbeid, in geestelijke waarde een ander volk met, zeg maar, 1 % kloeken en 1 op de 10,000 begaafden; en nog weer heel veel meer een ander volk, waar die laatsten, die begaafden, geheel zouden ontbreken, een volk zonder vindingrijke, zonder oorspronkelijke geesten.

Welk een geheel andere welvaartshoogte kan er bereikt worden bij toe- of afneming van het aantal oeconomisch begaafden, van oeconomisch kloeke menschen! Wat een andere praestatie in een volk, als er hooge, geestelijke