is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

De denkbeelden der ouden.

De sterrenkunde is de oudste van alle wetenschappen, want de sterrenhemel trok reeds de aandacht, zoolang als er menschen bestaan en het kon niet anders of, zelfs reeds vóór er een geschiedenis bestond, moest de menschelijke geest over de verschijnselen boven zijn hoofd nadenken en zijn eigen beschouwingen daaraan vastknoopen.

Doch die beschouwing van den hemel bepaalde zich bij de oudste menschen, uit den aard der zaak, slechts tot hetgeen boven hen was en daaruit moesten natuurlijk allerlei onjuiste voorstellingen ontstaan, daar men slechts op den uiterlijken schijn kon afgaan, die zelden een veilige gids is. Men meende toen bijvoorbeeld, dat de aarde zich, tot op een grooten afstand, als een vlak naar alle richtingen uitstrekte en dat daaroverheen de hemel uitgespannen was, als een onmetelijke koepel, tegen welks binnenvlakte de sterren bevestigd waren.

Volgens de voorstelling der ouden was de aarde van overheerschende beteekenis. De zon en de maan waren niets anders dan lampen voor hare verlichting bij dag en bij nacht; en zoo dezen al zelf geen goden waren, zoo stonden zij toch in elk geval onder het beheer van bijzondere godheden, wier taak het was, hare banen te leiden over het hemelgewelf.