is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troffen, vinden wij ook een plotselinge stijging der afstanden. Jupiter bijvoorbeeld beweegt zich op een 13-maal grooteren afstand dan Mercurius, Saturnus 25-maal zoover, Uranus 49-maal en Neptunus 77-maal zoover (zie fig. 2, bldz. 11 en het lijstje op bldz. 28).

Men zal dus thans begrijpen, hoe ontzaglijk de omvang van het bekende zonnestelsel uitgebreid werd door de ontdekking van de buitentste planeten. De ontdekking van Uranus verdubbelde eenvoudig de geheele doorsnede van het stelsel, die van Neptunus maakte het nogmaals meer dan half zoo uitgestrekt. Niets kan inderdaad de beteekenis van deze groote ontdekkingen duidelijker in het licht stellen, dan een passer te nemen en op een groot blad papier de omtrekken der banen, ongeveer in de verhouding van de zooeven genoemde afstanden, als een reeks van concentrische cirkels te teekenen, en daarbij te bedenken, dat de baan van Saturnus nog tot in het jaar 1781 verondersteld werd, de uiterste grens van ons zonnestelsel te zijn.

Wij hebben gezien, dat de gewone vorm van de hemellichamen die van een meer of minder zuiveren bol is. Doch welken vorm hebben nu hun loopbanen? Men meene niet, dat zij den zuiveren cirkelvorm hebben, zij zijn ovaalrond of, om wetenschappelijk te spreken, zijn het ellipsen. Doch haar graad van „ellipticiteit" is nog verschillend. Sommige loopbanen, zooals die van de aarde, verschillen slechts weinig van cirkels; andere, bijvoorbeeld die van Mars en Mercurius zijn merkbaar elliptisch. Doch verreweg het meest elliptisch van alle is de baan van de kleine planeet Eros, waarover wij later nog

nader spreken. .

De zon en de planeten blijven voortdurend in de

genoemde wentelende beweging om hare as, met

verschillende snelheid evenwel, die wij het best