is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was in het zuiden van Noorwegen en Zweden en over het oostelijk gedeelte van Pruisen. Ook deze verduistering gaf tot belangrijke ontdekkingen aanleiding, en daarbij werd vastgesteld, dat de roode protuberansen tot de zon behoorden en niet tot de maan, want men zag, dat de maanschijf, terwyl zij zich verder bewoog, die verschijnselen nu eens bedekte en dan weer zichtbaar liet worden. Ook werd toen onbemerkt, dat deze protuberansen niets anders waren dan uitbarstingen van een laag gloeiende gasvormige stof die de zon dicht bleek te omgeven. In dit jaar geschiedde ook de eerste fotografische opname van de corona, door middel van daguerreotypie door Dr. Busch te Königsberg in Pruisen. Ken stelselmatige toepassing van de fotografie bij de waarneming dezer verschijnselen had echter voor het eerst plaats tijdens de totale verduistering van den 18en Juli 1860, die in Spanje werd waargenomen.

De verduistering van den 18™ Augustus 1868, wier totale phase ongeveer zes minuten duurde, was in Indië zichtbaar en trok een grooten toeloop van sterrenkundigen. Bij deze verduistering trad vooi het eerst het gebruik von den spectroskoop op den voorgrond en daardoor werd bewezen, dat zoowel de protuberansen als de laag van de chromosfeer, waaruit zij opstijgen, uit gloeiende dampen of gassen samengesteld zijn - en daaronder voornamelijk het waterstofgas. Een onmiddellijk uitvloeisel van de waarnemingen bij deze gelegenheid was de methode van het spectroskopisch onderzoek der protuberansen, te allen tiide en bij het volle daglicht, dus ook zonder een totale verduistering. Deze methode, waardoor de studie van de zon zulk een verbazende vlucht heelt oenomen, was de uitkomst van het gelijktijdig en onafhankelijk onderzoek van den Franschen sterrenkundige Janssen en den Engelschen astronoom Nor man Lockyer. Ook was het bij deze gelegen-