is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der temperatuur, een zekere wijziging ondergaat. Bij de roodgloeibitte vertoont het spectrum van een vast lichaam nog slechts hoofdzakelijkhet roode gedeelte; zulk een lichaam zendt grootendeels nog slechts warmtestralen uit en daaronder zelfs sommige, die door ons oog niet meer kunnen waargenomen worden, daar zij nog voorbij het rooile uiteinde van het spectrum van fig. 15 zijn gelegen. Dit zijn de stralen van nog geringere breek baarheid en met nog geringere snelheid van hun aethertrillingen, dan de uiterste roode en men noemt ze daarom „infrarood e" of „donkere warmtestralen." Toch kan hun bestaan aangetoond en kunnen zij nader onderzocht worden met een zeer gevoelig instrument, den bolometer, die uitgevonden is door den beroemden Amerikaanschen astro-physicus Langley. Het is, als 't ware, een uiterst gevoelige thermometer, waarmede nog temperatuursverschillen van één honder dmillioenste van een Celsiusgraad kunnen aangewezen worden en waarmede Langl ey uiterst belangrijke waarnemingen deed aangaande de warmtestraling van verschillende onderdeelen van het zonnespectrum.

Bij sterkere verhitting van het lichtgevende voorwerp komen langzamerhand in het spectrum ook de oranje, gele, groene gedeelten enz. te voorschijn en ten slotte geeft een witgloeiend lichaam een volledig en doorloopend spectrum van al deze kleuren. Geeft nu omgekeerd het licht eener ster slechts het roode gedeelte van liet spectrum te zien, dan moet daar een minder hooge temperatuur heerschen dan op een andere, die tevens ook het oranje, geel. enz. vertoont, en het verschijnen van al die spectraalkleuren 1ezamen, tot en met het violet toe, wijst op een hemellichaam, dat witgloeiend is. Doch wij kunnen deze merkwaardige thermometerschaal van den hemel zelfs nog tot voorbij het zichtbare violette gedeelte