is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den beroemden sterrenkundige Hevel of Ilevelius (1611—1687) en van dien tijd dagteekent de maankunde of selenografie (van het Gr. Selène, de maangodin, de „Luna" der Romeinen). Een nieuwe kaart werd in 1775 uitgegeven door Tobias Mayer, terwijl in del9e eeuw aanzienlijk verbeterde kaarten gemaakt werden door Beer en M ad Ier, Schmidt, Neison en anderen. In 1903 gaf professor Pieker in g een volledigen fotografischen maanatlas uit, en in den jongsten tijd is een dergelijke atlas verschenen van Loewy en Puiseux, van het observatorium te Parijs.

De zoogenaamde „zeeën" op de maan zijn, gelijk wij zagen, niets anders dan donkere vlekken en er schijnt geen enkel bewijs voor te zijn, dat zij ooit water hebben bevat. Zij worden voor het grootste gedeelte gevonden in het noordelijke gedeelte van de maan, een treffende tegenstelling met onze zeeën en oceanen, die juist op de zuidelijke helft van de aarde zulk een groote plaats innemen.

Er bestaan vele dwaalbegrippen bij leeken omtrent zekere invloeden, die de maan verondersteld wordt op de aarde uit te oefenen. Zoo wordt veelal nog aangenomen, dat weersveranderingen verband zouden houden met de wijziging der schijngestalten van de maan. Doch het woord „wijziging", in deze beteekenis gebezigd, heeft geen zin, daar de maan onophoudelijk, gedurende haar geheelen maandelijkschen kringloop, haar schijngestalten wijzigt. Bovendien is de maan, op hetzelfde oogenblik, over een groote uitgestrektheid van de aarde zichtbaar en op al de plaatsen, waar zij te zien is, kan het weer zoo verschillend mogelijk zijn! Verder hebben zorgvuldige waarnemingen en berichten, die zich uitstrekken over een tijdperk van meer dan honderd jaren, geen enkel betrouwbaar verband tusschen de schijngestalten der maan en de weersgesteldheid doen kennen.