is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII.

De buiten-planeten (vervolg).

Tot dusver hebben wij de planeten verdeeld in binnen- en buitenplaneten. Zulk een indeeling heeft echter alleen betrekking op de ligging van hare loopbanen, ten opzichte van die der aarde. Dikwijls worden zij echter ook gerangschikt, in verband met haar grootte, en wel: in twee groepen: de aardsche (terrestrische) planeten, die in haar kenmerken het meest roet de aarde overeenkomen, en de grootere planeten, die alle veel grooter zijn dan de, tot nog toe, behandelde. De aardsche planeten zijn: Mercurius, Venus, de aarde en Mars. De overige zijn de grootere planeten, namelijk : Jupiter, Saturnus, Uranus en Nept u n u s.

De leden van elk dezer groepen hebben vele bepaalde gemeenschappelijke kenmerken. Al de aardsche planeten zijn van betrekkelijk geringe grootte, liggen dicht bij elkaar en bezitten weinig of geen wachters. Zij hebben bovendien een dichtere en vastere struktuur. Daarentegen zijn de grootere planeten reusachtige lichamen, die op groote afstanden van elkaar omwentelen en, in den regel, van een aantal wach-