is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Halley in 1759 — nauwkeurig vervuld werd. Een komeet, die in 1826 verscheen, is bekend onder den naam van „komeet van Biela', naar den Oostenrijkschen officier W ilhelm von Biela, die haar in genoemd jaar opnieuw ontdekte, nadat zij sedert 1805 niet meer gezien was. Over deze komeet zal echter nog uitvoeriger bij de „vallende sterren" gesproken worden.

" Wellicht de merkwaardigste van alle kometen uit den nieuweren tijd was die van Donat.i, een Italiaansch astronoom, die haar in 1858 voor het eerst te Florence ontdekte. Deze prachtige komeet, met een gebogen staart van 86 millioen K.M. lengte, was meer dan drie maanden voor het bloote oog zichtbaar. Zij wentelt om de zon in een periode van meer dan 2000 jaren en haar wereldreis strekt zich uit tot op 5l/s maal zoo ver, als de afstand van Neptunus, de grens van ons zonnestelsel. Haar beweging is „teruggaand", dat wil zeggen: in tegengestelde richting van de gewone bewegingen van ons zonnestelsel. De fotografische afbeelding van deze komeet vindt men op Plaat XVII, op bldz. 263.

In het jaar 1861 verscheen er een groote komeet en op den 30sn Juni van dat jaar gingen aarde en maan feitelijk door haar staart heen, waarvan echter niets te bespeuren was dan een gering lichtverschijnsel aan den hemel. Een andere bekende periodieke komeet is de Tempel I, aldus genoemd, omdat zij de eerste was van twee, door Tempel te Marseille, ontdekte kometen, n.1. de Tempel I in 1866 en de Tempel II in 1873. Eerstgenoemde baarde groot opzien door haar korte loopbaan en haar zeer geringen afstand van de aarde. Oppolzer te Weenen berekende in 1866 voor haar omloopstijd gemiddeld 33,18 jaren, zoodat zij in 1899 moest terugkeeren, hetgeen aan Falb aanleiding^ gaf, om bij die gelegenheid het „vergaan van de wereld te voorspellen.

273