is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf uitgestraalde licht en van de geweldige afstanden, die het heeft te doorloopen. Voor een deel schijnt het flikkeren ook een gevolg te zijn van den invloed, dien de dampkring der aarde op dit licht uitoefent.

Verder bestaat er nog een ander verschil in de wijze, waarop zich de vaste sterren en de planeten aan ons oog voordoen. Terwijl men de laatste, reeds bij de beschouwing door kijkers met matige vergrooting, steeds als lichtgevende ronde schijven waarneemt, vertoonen zich de vaste sterren, tengevolge van haar ontzettende afstanden, zelfs in de sterkste kijkers, slechts als lichtende puntjes, zonder waarneembare middellijn. En toch bevinden zich daaronder zonnen, die tien- of meermalen grooter zijn dan onze zon.

Na verloop van tijd werd het noodzakelijk, om aan deze hemellichamen een bijna onmetelijken afstand toe te kennen, teneinde zich rekenschap te geven van het feit, dat zij schijnbaar volkomen op dezelfde plaats bleven, in weerwil van de reis van millioenen mijlen, die men nu wist, dat de aarde elk jaar om de zon aflegde. Doch, bij de geleidelijke en aanzienlijke verbeteringen van de teleskopen, zou deze schijnbare onbeweeglijkheid van de sterren niet te allen tijde duren. De eerste verplaatsing van een „vaste" ster, namelijk die van 61 Cygni (De Zwaan), waargenomen door B e s s e 1 in het jaar 1838, leverde voor goed het onomstootelijk bewijs voor de waarheid van het stelsel van Copernicus. Sedert dien tijd heeft men nog voor ongeveer 40 vaste sterren dergelijke geringe verplaatsingen kunnen aantoonen. En daardoor zijn wij ook in de mogelijkheid, om voor enkelen uit de groote menigte de werkelijke afstanden te berekenen.

Om enkele voorbeelden daarvan te noemen, deelen wij mede, dat, voor zoover wij weten, de ster, welke zich het dichtst bij de aarde bevindt, a Centauri (Alpha uit Centaurus) is, welke ongeveer 40 bil-