is toegevoegd aan uw favorieten.

Het licht van Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van blijde vreugd' verrukt. Maar dagen lang Zoosprak hij - heeft het heil doorhem bereikt t Geborgen zi,n op waarheids veil'ge kust

MS^Ile\St°Z? d6f twijfels' hem het hart

TWhfrCn, bezwaard; want hoe — V^J "ddha ~ zal de mensch, die 't kwade mint

erkleefd is aan den schijn der zin'lijkheid, Uit duizend bronnen dwaling drinkt, den boei

es vleesches, die hem ketent, niet erkent, Of dien met slaakt, omdat de kracht hem faalt — Hoe zal die mensch bereid zijn om de Wet ie aanvaarden en de Twaalf Nidana's, 't licht Dat hem verlost, maar eerst hem nog verschrikt

n v! ,e, VOgel de °Pen ko°ideur schuwt?"

JJus hadde ons de overwinning- niet eebaat Zoo Buddha, 't spoor ontdekkend, had gSLnd

Voor 6 v St6rVeling Zijn Weg te z^r, '

oor de aard geen uitkomst moog'lijk was,

En, door niet een gevolgd, was heengegaan

Nog woog dit alles op zijn liefd'rijk hart.

Daar klonk een luide^ kreet, als zuchtte de aard'

in barensnood: Nafyami aham bhü

Naeyatt loko / „'k Zal gewis vergaan

EenT SF' TN SC™PS'LENHEiR!" ^ kort daarna Een bee gedragen door den Westenwind:

dharm°, Bhagwat/ Groote HeerI Uw Wet worde openbaar !" Toen zwierf zijn biik Al de aardbewoners langs om te overzien, r l®. ®erst' W1® later vatbaar zouden zijn,

Gelijk de zon, die 't Lotus-meer verguldt Het knopje aanschouwt, dat doorzijn glans ontluikt,