is toegevoegd aan uw favorieten.

Het licht van Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anoma, „de luisterrijke", naam van een rivier langs het grondgebied der Koliya's(?)

Antah-kalpa, of antara-kalpa, een „tusschen"-kalpa, het tachtigste gedeelte van den tijd, die er verloopt tusschen het ontstaan en het vergaan van een wereld. Bl. 8.

Ardti, „ontevredenheid", „afkeer", een booze geest, die het goede streven der menschen zoekt te verijdelen; dochter van Mara. Bl. 103.

Arjuna, de „witte", een (^akya-prins, die door Siddhartha in een ruiterkamp overwonnen wordt. Bl. 21.

Arüpardga, de zevende der tien hoofdzonden, het verlangen naar een leven in den hemel, letterlijk: naar een bestaan zonder vorm. Bl. 108. Rhys Davids, bl. 134.

Asankya-kalpa, een „onberekenbare" kalpa, twintigmaal langer van duur dan een antah-kalpa. Bl. 8.

Asita, „de zwarte", bijnaam van Dewala, een kluizenaar van het Himalaya-gebergte, die Siddhartha bij zijn geboorte komt begroeten. Bl. 5.

Attala, zie bij koti.

Altawada, de eerste der tien hoofdzonden, de zelfzucht; elders Sakkaya Ditthi, de zelfbegoocheling. Bl. 104. Rhys Davids, bl. 134.

Awidyd, „onwetendheid", de twaalfde der Nidana's. Bl. 112. Ook de tiende der tien hoofdzonden. Bl. 108. Rhys Davids, bl. 134, 265.

B.

Baibhara, zie bij Bipulla.

Bansuli, een rietfluit.