is toegevoegd aan uw favorieten.

Het licht van Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mangal, zie bij Madhyacar.

Mango of Mangoe, de mango-boom of mangifera indica, behoorende tot de terebinthiaceeën, in Oost-Indië algemeen.

Mano, de hoogmoed, de achtste der tien hoofdzonden. BI. 108, Rhys Davids, bl. 134.

Mantra's, gewijde liederen, zooals die, waaruit de vier Sanhi/a's, of liederenbundels van den Weda bestaan.

M&ra, de God des doods en der zinnelijke liefde, heer van het rijk der zinnelijkheid, van daar de Verzoeker of de Duivel. BI. 104. Zie zijn strijd tegen Buddha, Kern, bl. 66 vgg. 75.

Maudgaly&yana en Qariputra of Moggall&no en Sariputla, de model-leerlingen van Buddha, de leerlingen, „van de rechter- en de linkerhand", die als heiligen vereerd zijn. Bl. 136. Kern, bl. 92 vg.

Maya, vrouw van koning Quddhodana, eigenlijk: de goddelijke kracht, ook de wereld als begoocheling.

Meru, de berg, die het middelpunt der wereld uitmaakt, ook Sumeru genoemd.

Mesha, de Ram, een der twaalf teekenen van den dierenriem.

Mlech, Mleccha's, barbaren, welschen, niet-arisch sprekende, oude bewoners van Indië.

Mógra, de indische jasmijn. De jasminaceeën zijn planten van tropisch Azië.

Moh&na, een rivier in de nabijheid van Gayd.

Mohra, de pavonia odorata, een Oost-indische malvacee, met gele en roode bloemen.

Mudrd, eigenlijk: zegel, het wachtwoord aan de poort van Siddhartha's lustslot. Bl. 55.