is toegevoegd aan uw favorieten.

Het licht van Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Subbka, zie bij Ramma.

SujatA, de dochter van een dorpeling te Uruwilwa. Verg. Rhys Davids, bl. 47, 69. Kern, bi. 60 vg.

Sumeru, zie bij Meru.

Suramma, zie bij Ramma.

Sdrya-dewa's zonnegoden.

Swarga, de „hemel", de plaats waar de goede werken beloond worden.

Swastika, een heilig teeken in den vorm van een kruis met omgebogen uiteinden. Buddha zou het haar rechts overgebogen gedragen hebben. Verg. Kern, bl. 50 vg.

T.

Tdlas, de wijnpalm, borassus flabelliformis.

Tapovan, zie bij Bipulla.

1 athagata, beter: de Tathagata, = de „even zoo gaande" of de „zoo gestelde", titel van eiken volmaakten Buddha.

Tchirnika, een oord in de nabijheid van Rdjagriha.

Tilka, een met kleurstof aangebrachte vlek op het voorhoofd, waarmede vrouwen zich sierden.

Thirthi, zie bij Madhyacar.

Tola, een gewicht voor goud en zilver in Indië, ongeveer 180 grains Troy Engelsch gewicht.

Taryas/rinsha hemel, de tweede hemel of de hemel der „drie-en-dertig" Goden, op den top van den berg Meru.

Trasarehe, „een zonnestofje" naam van een maat. BI. 10.

Trapusha en Bhallika, kooplieden, van wie verhaald wordt, dat zij den Buddha na zijn verheerlijking het eerst zagen, hem een maal van honig, melk