is toegevoegd aan uw favorieten.

Het licht van Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en boter bereidden, zijn leer aannamen en acht haren van hem ontvingen. BI. 119. Kern, bl. 79 vlg.

Trishna, de Begeerte, dochter van Mara; ook de vijfde der Nidana's. Bl. 112.

Tuist', de tulasi of ocymum sanctissimum, een labiata, die in Indië voor iedere deur groeit.

U.

Udayin of Klod&yin, een hoveling van Kapilawastu, door Siddhartha's vader uitgezonden om berichten aangaande hem in te winnen. Bl. 126.

Uddhacca, de eigengerechtigheid, de negende der tien hoofdzonden. Bl. 108. Rhys Davids, bl. 134.

Udra of Udraka, een brahmaan, bij wiens wijsheid Siddhartha vruchteloos licht ging zoeken. Bl. 191.

Uk, zie bij Madhyacar.

Updadna „gehechtheid aan 't bestaan", de vierde der Niddna's. Bl. 112.

Upekshü, de tien verschillende vormen van onaandoenlijkheid, die het kenmerk zijn van den wijze. Rhys Davids, bl. 210.

Uruwilwa, aan den oever van den Nilajjan, de plaats, waar Siddhartha een ascetisch leven leidde en van de nutteloosheid van zulk een leven overtuigd werd.

Uruwelaya,, naam van een district. Zie Uruwilwa.

Ulpalas, 1 met 98 nullen, zie bij kóti.

W.

Wahuka, beter Bahuld of Surabhi, de koe van den overvloed, die elk verlangen bevredigt en vereerd wordt als de bron van melk en stremsel, waarschijnlijk een beeld van de wolken.