is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziender oogen beter. Ook de gezichten, waarvan het schilderen den architekt alleen was overgelaten, vertoonden langzamerhand een zeer bijzondere eigenaardigheid: zij begonnen allen op Ottilie te gelijken. De nabijheid van het schoone kind moest in de ziel van den jongen man, die nog geen natuurlijke of kunstmatige physiognomische voorliefde had, wel een zoo levendigen indruk maken, dat allengs op den weg van oog tot hand niets meer voor hem verloren J»ing> j^i dat beide ten laatste geheel in overeenstemming arbeidden. Genoeg, een van de laatste kopjes slaagde volkomen, zoodat het leek alsof Ottilie zelf uit de hemelsche ruimte naar omlaag keek.

Met het gewelf was men klaar; de muren had men besloten eenvoudig zoo te laten en alleen met een lichtere, bruinachtige tint te overtrekken; de teere zuilen en kunstig gebeeldhouwde ornamenten zouden door een donkerder kleur daartegen afsteken. Maar zooals men bij dergelijke zaken altijd van het een op het ander komt, besloot men toch nog tot bloem- en vruchtguirlandes, die hemel en aarde als het ware met elkaar zouden verbinden. Hier was Ottilie nu geheel en al op haar terrein. De tuinen leverden de schoonste voorbeelden en ofschoon de guirlandes zeer rijk versierd werden, kwam men er toch eerder dan men gedacht had mede klaar.

Nog zag evenwel alles er ordeloos en ruw uit. De steigers stonden door elkaar geschoven, de planken lagen dooreen geworpen, de oneffen vloer was door allerlei gemorste verf nog onoogelijker gemaakt. De architekt verzocht daarom aan de vrouwen hem acht dagen tijd te gunnen en tot zoo lang de kapel niet te betreden. Eindelijk vroeg hij hun op een schoonen avond beiden er heen te willen gaan; hij verzocht evenwel tevens hen niet te behoeven te vergezellen en nam dadelijk afscheid.

Wat voor verrassing hij ons bereid moge hebben, zeide C.harlotte toen hij vertrokken was, op het oogenblik heb ik toch geen lust er heen te gaan. Je wilt het wel alleen op je nemen en mij er dan van vertellen. Zonder twijfel zal