is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK

00 zweepte Luciane den levensroes in de draaikolk van het gezelschapsleven steeds voor uit- Haar hofstoet werd dagelijks gro°ter, deels doordat haar doen zoovelen boeide en aantrok, deels doordat zij door vriendelijkheid en weldaden iedereen aan zich wist te binden. Vrijgevig was zij in de hoogste mate: want nu haar door de genegenheid van haar tante en van haar bruidegom plotseling zooveel schoons en kostelijks was toegevloeid, scheen zij niets meer van haarzelf te bezitten en de waarde der dingen welke zich rond haar hadden opgehoopt niet te kennen. Zoo aarzelde zij geen oogenblik om zich van een kostbaren shawl te ontdoen en dezen een meisje om te slaan dat haar in vergelijking met de anderen te armelijk gekleed voorkwam; en zij deed dit op zulk een aardige, taktvolle manier, dat niemand dergelijke geschenken had kunnen afwijzen. Een cavalier uit haar hofstoet droeg steeds een beurs bij zich en had opdracht in alle plaatsen waar men rust hield naar de oudsten en zieksten te informeeren en hun toestand althans voor het oogenblik te verlichten. Hierdoor verwierf zij in de geheele streek een roep van voortreffelijkheid, welke haar toch weer dikwijls lastig werd doordat hij wat al te veel hinderlijke nooddruftigen aanlokte.

Door niets echter deed zij haar goeden naam zoozeer toenemen als door een opvallende en voortdurende vriendelijkheid jegens een ongelukkigen jongen man die het gezelschap ontweek omdat hij, overigens mooi en goedgebouwd, zijn rechterhand, schoon met eere, in een veldslag verloren had. Deze verminking maakte hem zoo mismoedig, het hinderde hem zoo dat iedere nieuwe kennis steeds óók met zijn