is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlegenheden dier jonge kweekelingen, glimlachen om hun kinderlijke verdrietjes en ze met zachte hand uit alle kleine dwalingen leiden; het ligt in den menschelijken aard, altijd meer van zichzelf en anderen te eischen hoe meer men ontvangen heeft. Een gelukkige is niet geschikt om gelukkigen te leiden. Slechts de ongelukkige, die geneest, weet voor zichzelf en anderen het gevoel te koesteren dat ook een matig geluk met verrukking behoort te worden genoten.

Laat mij, zeide Charlotte ten laatste na eenig nadenken, nog één bezwaar tegen je voornemen inbrengen, maar een dat mij het belangrijkste lijkt. Er is niet van jou, maar van een derde sprake. De gevoelens van den goeden, verstandigen en vromen adjunct zijn je bekend; op den weg dien je gaan wilt zul je hem iederen dag liever en onmisbaarder worden. Aangezien hij reeds nu, naar zijn gevoelens te oordeelen, niet graag zonder je zou leven, zal hij ook voortaan, als hij eenmaal aan je medewerking gewend is, zonder jou zijn inrichting niet meer kunnen besturen. Je zult hem in het begin daarin bijstaan, om het hem later tot een verdriet te maken.

Het lot heeft mij niet zeer zachtzinnig behandeld, antwoordde Ottilie, en wie van mij houdt heeft misschien niet veel beters te verwachten. Zoo goed en verstandig als mijn vriend is, evenzoo zal, naar ik hoop, het besef van een reine verhouding tot mij zich in hem ontwikkelen; hij zal in mij een gewijde zien, die slechts daardoor een vreeselijk onheil voor zichzelf en anderen misschien kan tegenhouden, dat zij zich wijdt aan dit heilige dat, onzichtbaar ons omringend, alleen in staat is ons tegen de vreeselijke, op ons aandringende machten te beschermen.

Charlotte nam al wat het lieve kind zoo diep uit het hart sprak, in stille overweging. Zij had herhaaldelijk, hoewel met den fijnsten takt, gepoogd uit te vorschen of een toenadering tusschen Ottilie en Eduard denkbaar was; doch zelfs maar de meest bedekte toespeling, de geringste hoop, de minste verdenking, schenen Ottilie diep te schokken; ja eens