is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk sprong zij als in extase op en riep in heilige vreugde: Ja, zij heeft mij vergeven! Wat mij geen mensch, wat ik mijzelf niet vergeven kon, vergeeft God mij door haar blik, haar gebaar, haar mond. Nu rust zij daar weer zoo stil en zacht: maar hebt ge niet gezien hoe zij zich oprichtte en met uitgespreide handen mij zegende, hoe vriendelijk zij mij zeide: Ik vergeef je! — Nu ben ik geen moordenares meer voor jelui; zij heeft mij vergeven en iemand kan mij langer iets verwijten.

Opeengedrongen stond de menigte in het rond; men was verbaasd, luisterde en keek elkaar aan en niemand wist eigenlijk wat hij moest beginnen. Draagt haar nu ter ruste! zeide het meisje, zij heeft het hare gedaan en geleden en kan niet meer onder ons wonen. De baar bewoog zich verder; Nanny volgde het eerst en men kwam bij de kerk, bij de kapel.

Zoo stond daar dan de kist van Ottilie; aan haar hoofdeinde die van het kind, aan haar voeten het koffertje, in een sterke eikenhouten kist besloten. Men had voor een bewaakster gezorgd, die in den eersten tijd het lijk, dat daar onder zijn glazen deksel zoo lieflijk lag, zou bewaken. Maar Nanny wilde zich deze taak niet laten ontnemen; zij wilde alleen, zonder gezelschap blijven en zou zorgvuldig passen op de voor het eerst aangestoken lamp. Zij vroeg dit zoo dringend, ernstig en volhardend, dat men maar toegaf om een ernstiger gemoedsstoring welke te vreezen was, te voorkomen.

Zij bleef echter niet lang alleen: want dadelijk bij het vallen van den nacht, toen het zwevende licht, zijn volle rechten uitoefenend, een helderder glans verspreidde, ging de deur open en trad de architekt de kapel binnen, wier vroom versierde wanden hem in deze zoo teere schemering, ouder en geheimzinniger dan hij ooit had kunnen gelooven,

tegemoet drongen.

Nanny zat aan de eene zijde van de kist; zij herkende hem dadelijk; maar zwijgend wees zij op haar verscheiden meesteres. En zoo stond hij aan de andere zijde, in jeugdige kracht en bekoring, teruggewezen tot zichzelf, star, in zich-