Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Economisch rapport.

(Hoofdkanaal).

Alvorens den mogelijken invloed na te gaan van een naar Twente aan te leggen kanaal op de bestaande handels- en verkeersverhoudingen, zal begonnen worden met daarvan een beeld te geven aan de hand van de door de desbetreffende spoorwegmaatschappijen verstrekte gegeven.

Vervoerde Goederen in Tonnen van 1000 K.G.

PLAATS. 1 AANKOMST. I TQTAAL

VERTREK. Daarvan in 1912.

Steenkolen, enz.

j |

Colmschate H.S.M. . . . 283 1441 246 1724

Bathmen H.S.M 962 3526 460 4488

Markelo S.S 429 5800 602 6229

Goor H.S.M 4633 16713 9085 i 40g65

„ S.S 3290 16229 2161 \

Delden S.S 2361 13610 1988 | 15971

Hengelo H.S.M 17807 66465 22922 J 173710

S.S 17268 72170 23659 . \

Enschede H.S.M. . . . 39088 201705 92177 398423

S.S 33854 123776 27506 J

119975 521435 | | 641410

In bovenstaande hoeveelheden zijn dus niet begrepen de goederen, die per electrische tram vervoerd zyn te Enschede (225 ton), de goederen die in Lonneker verkeeren (A. 11914 t, V. 2544 t.), het vervoer per vrachtwagen, het vervoer per as naar Almelo, enz.

Uit bovenstaande gegevens en vooral uit die verstrekt in de jaarverslagen der Kamers van Koophandel blijkt, dat het vervoer naar de industrieplaatsen grootendeels bestaat uit steenkolen, uit grondstoffen (katoen en katoenafval) en uit voedingsmiddelen, meststoffen, bouwmaterialen, enz.

De uitgevoerde goederen bestaan voornamelijk uit de producten der textielnijverheid en machineriën.

Alsnu wordt aangenomen, dat het Kanaal in 1928 gereed zal zijn voor exploitatie en dat in deze 15 jaren tijds het verkeer naar Twente verdubbeld zal zijn.

Deze verdubbeling van het verkeer in 15 jaren mag met gerustheid worden aangenomen, wanneer men let op de geregelde toename in het personen- en goederenverkeer op de groote spoorwegen, op de groote toename in het verkeer te water, op de geregelde stijging van het bevolkingscijfer, van de belastingontvangsten, van het kolenverbruik enz., waarbij in aanmerking is te nemen, dat in veel opzichten Twente boven het gemiddelde komt.

Verder kan worden aangenomen, dat wanneer een kanaal eenigen tijd in exploitatie is, het verkeer zich zal hebben aangepast aan de nieuwe toestanden, en een zekere verhouding zal zijn ontstaan tusschen het verkeer per spoor en te water, aan de hand van met voor Twente vergelijkbare streken aldus wordt aangenomen, dat 50 % van het geheel langs den waterweg zal gaan, dus dat het kanaal, eenige jaren in exploitatie zijnde, evenveel zal vervoeren als de spoorwegen thans.

Reeds in 1901 merkt Sympher in zijne „Wasserwirtschaftliche Vorarbeiten" op aan de hand van onderzoekingen omtrent nieuwe Duitsche kanalen, dat het verkeer op het kanaal zich eerst langzaam, dan echter tot groote hoogte ontwikkelt en dat het verlies op het spoorwegverkeer eerst langzaam is ingetreden en bijv. naar Berlijn door toevloeiend verkeer na 9 jaren reeds weder zijn vorige hoogte bereikt heeft.

Sluiten