Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Economisch Rapport

(Zijkanaal).

Gelijk dit voor het hoofdkanaal is geschied, worden de bestaande vervoeren te Borne en te Almelo wederom als uitgangspunt aangenomen voor de berekening van de toekomstige. In 1912 was het vervoer in tonnen van 1000 K.G.:

AANKOMST.

VERTREK. =— i TOTAAL.

Da akvax Steenkool, enz.

Almelo H.S.M 22079 48596 19139

S.S 21315 30825 9329

Borne H.S.M 3820 18528 4843 33Q53

„ S.S 905 10700 2170

48119 I 108649 | 156768

Bovendien gingen door Sluis VI van en naar Almelo in 1912 schepen met een gezamenlijke tonnenmaat van 121.562 M.s (de ledige schepen niet medegerekend). De inhoud dezer schepen wordt geschat te bedragen 80.000 ton van 1000 K.G. Het totale vervoer in 1912 bedroeg dus rond 236.750 ton. Wederom wordt aangenomen dat na 15 jaren het verkeer per spoorweg tot de dubbele hoeveelheid zal zijn gestegen, doch dat het verkeer te water zal zijn gebleven op 80.000 ton.

Als nu wordt aangenomen, dat voor Almelo wederom van den spoorweg rond 125.000 t., van den bestaanden waterweg slechts 25.000 t. aan het kanaal zullen toevallen zoodat het vervoer op het kanaal zal bedragen 150.000 t.

Voor Borne, dat in 1912 33950 t. vervoerde, wordt een verdubbeling van het verkeer in 15 jaren tegemoet gezien, waarvan de helft aan het kanaal zal toevallen.

Het verkeer op hoofd- en zijkanaal naar onderstaande plaatsen zal dan bedragen Almelo 150.000 t. X 55 K.M. = 8.250.000 t. K.M. Borne 34.000 t. X 45 K.M. = 1.530.000 t. K.M.

9.780.000 t. K.M.

Hetgeen tegen 7j cent per ton K.M. eene opbrengst geeft van ƒ 48.900.

Rente en aflossing van een derde deel van het aanlegkapitaal zyn te stellen op

Vs X 2.000.000 X 0.045 = ƒ30.000

Onderhoud en bediening - 11.000

ƒ41.000

zoodat ook hier de onkosten gedekt kunnen worden uit de eventueele kanaalrechten.

Bij het bovenstaande zij nog opgemerkt, dat het verkeer uitsluitend op het zijkanaal bedraagt: 150.000 x 14 + 34.000 x 4 = 2.236.000 t. K.M. met een ontvangst van ƒ 11180, hetgeen niet voldoende is om de kosten te dekken.

Aangezien een meerder verkeer echter op het hoofdkanaal geen noemenswaardige meerdere onkosten veroorzaakt, behalve het waterpompen voor sluisvullingen op het 3e pand, hetgeen reeds bij de onkosten van het zijkanaal in rekening is gebracht, mag de eerst uitgevoerde berekening worden aangehouden, waaruit dus blijkt, dat de aanleg van het zijkanaal op even goede gronden kan worden aanbevolen als die van het hoofdkanaal.

Deventer, Juli 1913.

C. M. FRIJLINCK.

Sluiten