is toegevoegd aan uw favorieten.

Nota over de verbetering van het Aarkanaal in het kanaalvak van Aardam tot Papenveer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afwijking y&n. vroegere inzichten zieh thans ook voordoet bij het opgemaakte verbeteringsplan voor het kanaalvak Aardam—Papenveer. De ontwerper van het oorspronkelijke plan van 1907 heeft niet kunnen voorzien, hoezeer de voorgestelde reconstructiewerken zouden ingrijpen in de plaatselijke belangen langs het Aarkanaal en hoe noodig daaraan tegemoet gekomen moet worden, mede in het algemeen belang van de scheepvaart door het kanaal, welke ook in meerdere mate is toegenomen dan aanvankelijk wel verondersteld is. Immers in 1905 verklaarden Gedeputeerde Staten in hun hiervoren reeds aangehaalde toelichting, dat mien zich van de vermeerdering der vaart op het Aar- en Amstelkanaal, na de opheffing der tollen, geen al te overdreven voorstelling make. i)

Dat die plaatselijke belangen eerst nu in het kanaalvak Aardam—Papenveer meer voor den dag zijn gekomen en niet eerder, is hieraan toe te schrijven, dat bij de eerste verbeterde kanaalgedeelten nl. van de Kattenbrug tot de Drecht langs den Geerpolder (Bestek n°. 1, dienst 1908) en van het Papenveer tot de Kattenbrug (Bestek n°. 2, dienst 1909—1910) de terreinsomstandigheden van veel eenvoudiger aard waren. Van Aardam tot Papenveer evenwel is het kanaal aan beide zijden door een vrij dichte bebouwing ingesloten, zoodat ook het plaatselijk verkeer in dit gedeelte van meer beteekenis is.

Begrooting van de De kosten van de reconstruotie der kaden benevens verruiming van het

reconstructie der vaarwater en aanleg van een nieuwe boordverdediging over de geheele lengte kaden. aan weerszijden van het kanaal, waarbij inbegrepen de eigendomsoverdracht

van kaden en benoodigde gronden, zijn globaal begroot op ± f 660 000. Bij deze raming is gerekend op ± 8 H.A. te onteigenen terreinen, waaronder ook de bestaande kaden, langs welke de grootste breedte, waarover beschikt moet worden, op 12 M. (uit de nieuwe oeverlijneu te meten) is aangenomen.

Verondersteld wordt, dat de benoodigde strooken der aanliggende perceelen kunnen worden verkregen voor een prijs, die de gewone koopwaarde niet aanmerkelijk overschrijdt

Het globale karakter van deze begrooting wordt ook in het toelichtend schrijven van den ontwerper erkend.

Feitelijk komt zij hierop neer, dat de nieuwe boordverdediging berekend is tegen den eenheidsprijs van ƒ 20 per strekkenden meter, dat geeft dus langs een kanaal van 11 KM; een bedrag van 2 x 11 000 X 20 = f 440 000. Voor onteigening en grondverzet ten behoeve van de reconstructie der kaden en verbreeding van het vaarwater, alsmede voor toezicht, voorbereiding, diversen en onvoorzien te zamen f 20 per strekkende meter kanaallengte stellende, maakt voor het geheele kanaal 11000 x 20 — ƒ 220 000. Beide bedragen samentellende verkrijgt men het eindcijfer van de begrooting: / 440 000 + ƒ 220000 = ƒ 660000 of totaal ƒ 60— per strekkende meter kanaal.

Hierin zijn dus geen kosten begrepen voor bijzondere beschoeiingen en aanlegplaatsen, noch voor wijziging van bestaande wegen of voor aanleg van nieuwe uitwegen als anderszins ter voorziening in plaatselij keverkeersbelangen, welke verband houden met de reconstructie der kaden.

Mede kon door den ontwerper uit den aard, der zaak te voren niet gerekend worden op meerdere afsnijding van hinderlijke bochten in het vaarwater, ook wanneer dat niet noodig zou zijn om de vereischte breedte van 26 M. op den waterspiegel te verkrijgen, gelijk de Commissie, benoemd bij besluit der Staten van 3 Juli 1907, n°. IX in haar rapport aanbevolen heeft.

Voor het ontwerpen van het plan waren alleen beschikbaar dè'kïdaè-'

') Blz^ 20 van Bijlage DDl der Notulen van de Zomerzitting in 1905.