Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hoofdzaak door tuinders en bestuursleden der veilingsvereenigingen te Ter Aar verstrekt werden, kan het volgende medegedeeld worden.

De tuinbouw langs het Aarkanaal wordt voornamelijk beoefend in den Korteraarschen polder, den Bloklandschen polder, den Schilkerpolder, den Middelpolder en den Noordeindschen en Geerpolder.

Blijkens een door het Bestuur van den Tuindersbond „God zij met ons" samengesteld overzicht van het jaar 1908 werd in genoemd jaar in de omgeving van het Aarkanaal 188 H.A. tuinland beteeld, dat is in vergelijking met de 169 H.A. in 1904 (volgens opgave in het Landbouwverslag) een vermeerdering van 19 H.A. of ruim 10 pCt. in 4 jaren. Geschat wordt, dat voor de oogstjaren 1909 en 1910 ruim 16 H.A. meer in cultuur is gebracht, zoodat thans 204 H.A. tuinland wordt aangetroffen, hetgeen een vermeerdering van ruim 8 pCt. voor de laatste twee jaar oplevert.

De.uitbreiding van het tuinland neemt dus van jaar tot jaar sneller toe. Vooral in den Schilkerpolder en in den Bloklandschen polder wordt bijna ieder jaar weiland tot tuin gemaakt. Met den eersten tuin in den Schilkerpolder is men in 1905 begonnen en sedert neemt de tuinbouw jaarlijks met een paar H.A. toe. In den Bloklandschen polder zijn nu meer tuinen (± 85 H.A. tuinland) dan weiden, terwijl eenige jaren terug het weiland er nog de overhand had. Ook in de droogmakerij van den Bloklandschen polder worden nu reeds tuinen aangetroffen. Het tuinbouwbedrijf in deze streek, waar de veengrond uiterst geschikt voor cultuur is, bloeit in hooge mate en een gestadige ontwikkeling van de groententeelt langs het Aarkanaal mag op goede gronden verwacht worden.

Bovendien treedt in de laatste jaren ook een meer intensieve uitoefening van den tuinbouw hier op den voorgrond door de zg. bakcultures, waarbij aardbeien, komkommers, meloenen, wortelen, sla en bloemkool onder glas (zg. „eenruiters") geteeld worden. Reeds wordt in de tuinen 4000 a 5000 M'. plat glas aangetroffen en de hiermede bereikte gunstige resultaten, welke in vele opzichten voor die in het Westland niet onderdoen, zullen ongetwijfeld bijdragen tot een snelle ontwikkeling van deze cultures. Door toepassing van glas zal de opbrengst per H A. tuinland aanmerkelijk stijgen, terwijl het tevens mogelijk wordt dezelfde producten vroeger te leveren dan met vollegrondscultures het geval is en derhalve daarvoor ook hoogere prijzen bedongen kunnen worden.

In het jaar 1908 werden 175 H.A. beteeld met peulen en erwten, 117 H.A. met snij- en prinseboonen, 62 H A. met augurken en 10 H.A. met aardappelen. Deze gegevens zijn ontleend aan het hiervoren reeds genoemde overzicht van den Tuindersbond te Ter Aar. Omtrent de cijfers valt op te merken, dat een perceel tuinland voor elke teelt afzonderlijk opnieuw in rekening wordt gebracht en dus in het geheel soms 2 of 3 maal voorkomt, naar gelang er 2 of 3 verschillende teelten op uitgeoefend worden. Zooals vermeld is, worden tusschen de erwtenrijen gewoonlijk boonen en augurken geteeld.

Aan nieuw hout voor de staken, waarlangs de erwten en boonenranken geleid worden, wordt jaarlijks voor ± ƒ 15000 aangevoerd, meest uit de omstreken van Wijk-bij-Duurstede afkomstig.

Voorts werden in 1908 gebruikt:

6338 M'. Schiedammer koemest (2113 pramen);

1927 M*. ruige of paardemest (642 pramen);

495 K.G. kunstmeststoffen;

4220 K.G. kalk en

18 847 M». bagger (6282 pramen).

Laat men de betrekkelijke geringe hoeveelheden kunstmeststoffen en kalk buiten beschouwing, zoo bedraagt dus de aanvoer aan bagger en dierlijken mest te zamen 27 112 MJ. of 9037 pramen van elk gemiddeld 3 M*. inhoud.

Sluiten