Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vervoer geschiedt uitsluitend te water. De „Schiedammer" wordt gewoonlijk in zg. „Westlanders" (schuitjes van ongeveer 20 ton) uit het Spoelingsdistrict aangevoerd, terwijl' de overige mest en de bagger uit de onmiddellijke omgeving komt. De bagger wordt uit de vaarslooten tusschen de tuinen en uit de naburige plassen gehaald.

Aangezien het tuinland in de polders ligt en de schutsluizen, welke van uit het Aarkanaal (Rijnland's boezem) toegang tot het polderwater geven, slechts voor kleine schuiten, de zg. pramen, geschikt zijn, moeten alle van elders aangevoerde meststoffen, bagger en andere tuinbouwbenoodigdheden, als houten staken enz., uit de grootere schepen in de pramen overgeladen worden ten einde ze naar de tuinen te kunnen brengen. In den regel geschiedt het overladen over de kade of over den weg in de nabijheid der tuinen om het tijdroovende schutten door de sluis te ontgaan. Bovendien is voor vele tuinen de sluis veelal te veraf gelegen om er voordeelig gebruik van te kunnen maken. De meeste perceelen grenzen nl. met één zijde aan den weg of aan de kade, zoodat het voordeeliger is, de pramen onmiddellijk daarlangs te leggen en de overlading uit de in het kanaal gelegen schuiten door middel van kruiwagens of goten voor den vloeibaren mest te doen. Bij deze wijze van overladen moeten de van elders komende schepen in het Aarkanaal bij elk perceel tuinland waarvoor zij bestemd zijn telkens aanleggen, hetgeen voor de doorgaande scheepvaart in het kanaal bezwaren oplevert.

Bevindt zich langs den weg of de kade een vaarsloot, zoo kan men de overlading op enkele plaatsen concentreeren, waarmede het overal aanleggen van schepen langs de oevers van het Aarkanaal voor zulk een gedeelte kan vervallen.

Dit is bijv. het geval voor een gedeelte langs den Noordeindschen polder ten noorden van de Schilkerbrug, waar van ouds een vaarsloot langs den den weg ligt. Hier worden nu twee bijzondere overscheepplaatsen gemaakt Voor de overlading van mest, tuinbouwproducten en -benoodigdheden.

Rekent men dat de jaarlijksche hoeveelheid mest en bagger in ongeveer zes maanden wordt aangevoerd, zoo bedraagt dit gemiddeld 60 pramen per dag, welk cijfer wel op een druk plaatselijk verkeer wijst.

Geeft het voorgaande een denkbeeld van het vervoer van tuinbouwbenoodigdheden in den meest algemeenen zin, in het volgende zal meer in het bijzonder de afvoer van de tuinbouwproducten behandeld worden.

Reeds is medegedeeld, dat de veilingsvereenigingen in de gemeente Ter Aar belast zijn met den verkoop der groenten.

De oudste vereeniging is de Tuindersbond „God zij met ons" opgericht in 1897 en tellende + 220 leden. Dan volgt de Augurkenbond „Bid en Werk" opgericht 1901, met ± 180 leden en de „Ter Aarsche Augurken veiling" met ±110 leden opgericht in 1905. De meeste tuinders langs het Aarkanaal zijn bij een of meer dezer vereenigingen aangesloten.

Alle drie vereenigingen houden veilingen, sluiten contracten met handelaren en inmaakfabrieken en doen ook de vruchten zelf inmaken, wanneer daartoe aanleiding is bij overproductie of stillen handel.

De Tuindersbond houdt zich bovendien bezig met den aankoop van benoodigdheden tot uitoefening der tuinderij.

Het centrum, waar de producten geveild en aan de afnemers verzonden worden is het Papenveer. Daar staat in de onmiddellijke nabijheid van de Schilkerbrug, aan den provincialen weg gelegen, het veilingslokaal met automatischen afslager, waarvan alle drie vereenigingen gebruik maken.

In deze omgeving bevinden zich ook de verschillende kantoren, loodsen en opslagplaatsen.

Sluiten