Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. met vijftien en meer doch minder dan twintig dienstjaren, een duizend gulden;

e. met twintig en meer' dienstjaren, een duizend Vijftig gulden;

B. gelegen vin een gemeente of gedeelte eener gemeente, behoorende tot de derde, vierde of vijfde klasse der sub A vermelde tabel;

a. met minder dan vijf dienstjaren, negenhonderd vijftig gulden;

b. met vijf en meer doch minder dan tien 'dienstjaren, een duizend gulden;

c. met tien en meer doch minder dan vijftien dienstjaren, een duizend vijftig gulden;

d. met vijftien en meer doch minder dan twintig dienstjaren, een duizend eenhonderd gulden;

e. met twintig en meer dienstjaren, een duizend eenhonderd vijftig gulden;

C. gelegen in een gemeente of gedeelte eener gemeente, behoorende tot de eerste of tweede klasse der sub A vermelde tabel;

a. met minder dan vijf dienstjaren, een duizend vijftig gulden;

b. met vijf en meer doch minder dan tien dienstjaren, een duizend een honderd gulden;

c. met tien en meer doeh minder dan vijftien dienstjaren, een idaizend een honderd vijftig gulden;

d. met vijftien en meer doch minder dan twintig dienstjaren, een duizend twee honderd gulden;

e. met twintig en meer dienstjaren, een duizend twee honderd vijftig gulden;

2o. voor elk der onderwijzers, die het hoofd der school bijstaan;

a. met minder dan vijf dienstjaren, vijf honderd gulden;

6. met vqf en meer doch minder dan tien dienstjaren, zes honderd gulden;

c. met tien en meer doch minder dan vijftien dienstjaren, zeshonderd xvijf en zeventig gulden;

d. met vijftien en meer doch minder dan twintig dienstjaren, zevenhonderd vijftig gulden;

e. met twintig en meer dienstjaren, achthonderd vijf en twintig gulden;

3o. voor elk der onderwijzers, die het hoofd der school bijstaan en den rang van hoofdonderwijzer bezitten, honderd gulden meer en wanneer zij den leeftijd van drie en twintig jaren volbracht hebben en volgens artikel 24 moeten aanwezig zijn in scholen met meer dan vier onderwijzers, twee honderd gulden meer dan onder 2o. sub a tot en met e bepaald.

2. De 'aanspraak op verhooging der jaarwedde ontstaat:

o. wegens diensttijd, met den eersten dag der maand, vslgende op die waarin een dienst van 5, 10, 15 en 20 jaren is volbracht;

b. wegens het bezit der akte van hoofdonderwijzer, ▼oor onderwijzers die bij hunne benoeming niet in bet bezit zijn van de genoemde akte, met den eersten dag der maand, volgende op die waarin bedoelde 'onderwijzers die akte verkrijgen.

3. Als' diensttijd komt in aanmerking de tijd yoor en na de invoering dezer wet doorgebracht in dienst zoowel aan openbare als aan bijzondere lagere scholen, als hoofd en als onderwijzer tot bijstand van het hoofd

rder school, zoomede diensten, bewezen volgens" artikel ' ~33 dezer wet en volgens het laatste lid van artikel 22 der wet van 13 Augustus 1857 (Staatsblad No. 103).

ƒ. met tien en meer doch minder dan twaalf dienstjaren 2450 gulden;

g. met meer dan twaalf dienstjaren 2700 gulden.

Aan de onderwijzer, belast met de administratie der school, wordt een toeslag voor administratie gegeven tot een maksimum van ƒ300.

Tijdelike onderwijzers (zie art. 33) ontvangen hetzelfde salaris, alsof zij in vaste dienst waren.

De aanspraak op verhoging der jaarwedde wegens diensttijd ontstaat met de eerste dag der maand volgende op die, waarin een diensttijd van 2, 4, 6, 8, 10 en 12 jaren is volbracht.

Als diensttijd komt in aanmerking de tijd, voor en na de invoering dezer wet doorgebracht in tijdelike of vaste dienst, zowel aan openbare als aan biezondere lagere scholen.

Sluiten