Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste vijftig gulden.

2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vorige veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hq gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden of met hechtenis van ten hoogste veertien dagen. Bij tweede of volgende herhalingen, gepleegd telkens binnen twee jaren, nadat de laatste veroordeeling wegens eerste of volgende herhalingen onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis opgelegd van ten hoogste één jaar.

Art. 10. Behalve de gevallen, hierna vermeld, vervalt de bevoegdheid tot het geven van lager onderwijs voor hem, die bij eindvonnis is veroordeeld:

a. wegens misdaad;

b. tot eene der straffen, omschreven in artikel 28, nos. 4 en 5, van het Wetboek van Strafrecht.

Art. 28. 1. Om als onderwijzer benoemd te kunnen worden, wordt het bezit vereischt:

a. eener akte van bekwaamheid;

4. van een getuigschrift van zedelijk gedrag, afgegeven door den burgemeester der gemeente of de burgemeesters der gemeenten, waar hij, aan wien het wordt uitgereikt, in de twee laatste jaren gewoond heeft.

2. Bq weigering van een der burgemeesters kan het getuigschrift worden verleend door Onzen Commissaris in de provincie.

3. Met zoodanig getuigschrift wordt gelijkgesteld het getuigschrift van zedelijk gedrag, afgegeven door de bevoegde overheid buiten 's lands, onder welker gebied de bezitter in de twee laatste jaren heeft gewoond.

Art. 29. 1. De onderwijzers, aan de gemeentescholen verbonden, worden door den gemeenteraad benoemd.

2. De benoeming van den onderwijzer, aan het hoofd der school geplaatst, geschiedt uit eene voordracht van minstens drie bevoegden, opgemaakt door burgemeester en wethouders en den districts-schoolopziener.

3. Indien burgemeester en wethouders en de districts-schoolopziener niet tot overeenstemming kunnen geraken, gaat aan de benoeming een vergelijkend onderzoek naar de geschiktheid der candidaten vooraf.

4. Melden meer dan zes bevoegden zich voor het onderzoek aan, dan kunnen burgemeester en wet-' houders, in overeenstemming met den districts-schoolopziener, bepalen welke candidaten, mits niet minder dan zes, daaraan zullen worden onderworpen. Bij gemis aan overeenstemming omtrent de keuze der op te roepen personen, worden alle candidaten, die zich hebben aangemeld, tot het onderzoek toegelaten.

5. Ingeval de benoeming na voorafgaand vergelijkend onderzoek plaats heeft, wordt de voordracht, bestaande uit minstens drie bevoegden, door den districts-schoolopziener opgemaakt en door dezen met een schriftelijk met redenen omkleed advies omtrent de voorgedragen candidaten, aan den raad ingezonden.

1°. De onderwijzers, aan de gemeentescholen verbonden, worden door de gemeenteraad benoemd.

2o. De benoeming van onderwijzers geschiedt uit een voordracht van minstens drie bevoegden, opgemaakt door Burgemeester en Wethouders en de Districtsschoolopziener. Alleen indien na herhaalde oproeping, op ruime schaal zich niet genoeg sollicitanten hebben aangemeld, kan een benoeming uit een voordracht van minder dan drie bevoegden geschieden.

De oproepingen tot sollicitatie mogen geen aanwijzingen van godsdienstige of politieke aard bevatten, waardoor het aantal sollicitanten kan worden beperkt.

3o. Indien B. en W. en de D.-S. niet tot overeenstemming kunnen komen, gaat aan de benoeming een vergelijkend onderzoek naar de geschiktheid der kandidaten vooraf.

4°. Melden zich meer dan zes bevoegden voor het onderzoek aan, dan kunnen B. en W. in overeenstemming met de D.-S. be-

Sluiten