Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De gemeenteraad kan ter nadere verzekering van het plaatselijk toezicht eene commissie instellen, welke de bevoegdheden bezit, in de artikelen 96 en 97 dezer wet omschreven.

3. Eene plaatselijke verordening regelt hare samenstelling en inrichting.

Art. 94. 1. De leden der plaatselijke commissiën, de arrondissements-schoolopzieners, de districts-schoolopzieners en de inspecteurs leggen bij de aanvaarding hunner bediening den eed of de belofte af, dat zij hunne plichten getrouw en naar behooren zullen waarnemen.

2. De aflegging van den eed of van de belofte geschiedt door de leden der plaatselijke commissie, in handen van den burgemeester en door den burgemeester, is deze zelf tot lid der commissie benoemd, in handen van den kantonrechter; door de arrondissements-schoolopzieners en de districts-schoolopzieners in handen van Onzen Commissaris in de provincie; door de inspecteurs in handen van Onzen Minister, met de uitvoering dezer wet belast.

3. Bij herbenoeming wordt de eed of belofte niet opnieuw afgelegd.

Art. 95. Behalve de ambtenaren, in artikel 8 nos. 1—6 van het Wetboek van Strafvordering genoemd, zijn tot het opmaken van proces-verbaal van de overtredingen dezer wet en van andere verordeningen op het lager onderwijs bevoegd de leden van het college van burgemeester en wethouders, de voorzitters en leden der plaatselijke commissiën van toezicht, de arrondissements-schoolopzieners en de districts-schoolopzieners en de inspecteurs, ieder binnen de grenzen van zijn ambtsgebied.

Art. 96. Voor leden van het college van burgemeester en wethouders, voor de voorzitters en leden der plaatselijke commissiën van toezicht, voor de arrondlssements-schoolopzieners, voor de districtsschoolopzieners en voor de inspecteurs, ieder binnen de grenzen van zijn ambtsgebied, moeten alle scholen, waar lager onderwijs wordt gegeven, zoo openbare ' als bijzondere, steeds toegankelijk zijn en op hunne aanvrage onverwijld worden geopend. De hoofden dier scholen en de overige onderwijzers zijn gehouden aan hen of aan Onzen Minister, met de uitvoering dezer wet belast, de verlangde inlichting omtrent de school en het onderwijs te geven. Zij zijn hiertoe verplicht in eiken vorm, waarin die inlichtingen gevraagd worden, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, en zoowel bij gelegenheid van het schoolbezoek, als op andere tijdstippen.

Art. 97. De plaatselijke commissiën houden een nauwkeurig toezicht op alle scholen in de gemeente, waar lager onderwijs gegeven wordt, bezoeken die ten minste twee malen 's jaars, hetzij gezamenlijk, hetzq door commissiën uit haar midden, zorgen dat de verordeningen op het lager onderwijs stipt nageleefd worden; houden aanteekening van het onderwijzend personeel, van het getal leerlingen en van den staat van het onderwijs; doen jaarlijks voor 1 Maart aan den gemeenteraad een beredeneerd verslag van den toestand van het onderwijs in de ge-

Met het toezicht op het onderwijs in ieder distrikt is belast de schoolopziener.

d. Onderwijsraad in de Inspektie.

De schoolopzieners in de Inspektie vormen te zamen de .Onderwijsraad, die tot taak heeft de Inspekteur voor te lichten omtrent het onderwijs en de onderwijsbelangen in de verschillende distrikten der Inspektie.

II. Het Hygiënies Schooltoezicht.

a. Inspekteurs voor de hygiëne.

Het hygiënies toezicht wordt van Rijkswege uitgeoefend door een twaalftal inspekteurs.

Zij houden toezicht op de bouw, verbouw en inrichting der scholen.

Tevens dienen zij de Inspekteurs, schoolopzieners en gemeentebesturen van advies omtrent alle zaken, de schoolhygiëne betreflende.

b. Rijksraad voor de hygiëne.

De inspekteurs, onder a genoemd, vormen samen de Rijksraad voor de hygiëne. Dit kollege komt op bepaalde tijden bijeen, ter bespreking van de hygiëniese belangen van het onderwijs. Het heeft tot taak aan de Regering verslag uit te brengen omtrent de hygiëniese toestand van de scholen en heeft daarbij het recht, zich met voorstellen te wenden tot de Regering.

B. Het gemeentelik Schooltoezicht.

I. Pedagogies toezicht.

Het toezicht op het onderwijs wordt van* gemeentewege uitgeoefend door de Plaatselike Kommissie van Toezicht.

Dit kollege is als volgt samengesteld.

a. Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur. Deze leden worden door de Raad benoemd uit ingezetenen der gemeente. Hun aantal bedraagt s/s van het ledental der kommissie.

Zo mogelik heeft minstens één lid va» het Dageliks Bestuur der gemeente of vaa de Raad zitting.

b. Vertegenwoordigers der Ouders. Deze leden — eveneens s/s van net gehele ledental — worden benoemd door en uit de ouders der schoolgaande kinderen.

c. Vertegenwoordigers der onderwijzers Deze leden — Vs van het ledental der kommissie — worden benoemd door en. uit de onderwijzers. *

Sluiten