Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGEN

I. Voorbereidend Onderwijs.

1. Elke gemeente zorgt voor een voldoend aantal fröbelinrichtingen, die voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienstige gezindheid toegankelik zijn.

2. Mochten er in sommige plaatsen tegen het stichten van afzonderlike fröbelinrichtingen overwegende bezwaren bestaan, dan kunnen deze inrichtingen worden ondergebracht in het gebouw der lagere school.

\ 3. De regeling voor deze inrichtingen,

bij de Wet vast te stellen, zij zodanig, dat er omtrent de hoofdzaken het volgende wordt bepaald:

a. In verband met de eis, dat niet onderwijzen maar opvoeden de taak is der genoemde inrichtingen, kome in de wet duidelik uit, dat de vakken van lager onderwijs hier niet thuis horen en dat spel, zang en handenarbeid er de leerstof uitmaken.

b. voor alle fröbelinrichtingen worden zeer strenge voorschriften gegeven wat betreft het aantal kinderen per „leerkracht", de lokalen, ventilatie, verwarming, enz.

c. De leeftijd -van toelating zij 3 jaar.

De kinderen kunnen deze fröbelinrichtingen bezoeken tot ze op de lagere school kunnen worden geplaatst.

d. Evenals op de lagere scholen is de overheid verplicht kosteloos voeding en kleding te verstrekken, waar daaraan behoefte bestaat.

c. Het toezicht wordt op dezelfde wijze geregeld als bij het lager onderwijs, met die bepaling evenwel, dat in het meer direkte toezicht een voldoende plaats worde ingeruimd voor vrouwen en medici.

ƒ. Alle kinderen worden kosteloos toegelaten

g. Alle leerkrachten aan deze inrichtingen moeten voorzien zijn van eenzelfde speciaal voor hen in te stellen bevoegdheid, waarvoor de opleiding van Rijkswege

Sluiten