Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gezamenlike glasoppervlakte der lichtramen van elk schoolvertrek moet bij vrije ligging ten minste V6 en wanneer de lichttoetreding door naburige gebouwen of doOr bomen wordt onderbroken ten minste */j van de vloeroppervlakte van het schoolvertrek bedragen.

De onderkant van het glas in de lichtramen ter linkerzijde van de leerlingen moet niet hoger zijn dan 1.25 M. boven de vloer, en de bovenkant zo hoog tegen de zoldering worden opgevoerd, als prakties mogelik is.

\ Art. 11. De vloer van het schoolvertrek moet vlak en dicht zijn en niet van steen, tenzij de oppervlakte met een voldoend isolerend materiaal is belegd.

tijde gemakkelik kunnen worden geopend en van tochtwangen voorzien zijn, terwijl in elk schoolvertrek de onderramen geheel moeten kunnen worden opengeslagen.

De gezamenlike glasoppervlakte der lichtramen van elk schoolvertrek moet bij vrije ligging ten minste V» en wanneer de lichttoetreding door naburige gebouwen of door bomen wordt onderbroken ten minste V& van de vloeroppervlakte van het schoolvertrek bedragen.

De onderkant van het glas in de lichtramen moet niet hoger zijn dan 1.25 M. boven de vloer, en de bovenkant zo hoog tegen de zoldering worden opgevoerd, als prakties mogelik is.

Art. 11. De vloer van het schoolvertrek moet vlak en dicht zijn, gemakkelik stofvrij te houden en niet van steen, tenzij de oppervlakte met een voldoend isolerend materiaal is belegd.

Vóór de rijen- banken bevindt zich een verhoging.

Art. 12. De deuren van het schoolvertrek zijn niet in onmiddellike gemeenschap met de buitenlucht.

De buitendeuren van het schoolgebouw en de deuren der schoolvertrekken moeten naar buiten opendraaien. De deuren der schoolvertrekken kunnen ook schuifdeuren zijn.

t

De gangen en portalen zijn behoorlik verlicht, nie lager dan 2.5 M. en, voor zoveel betreft de school gebouwen zonder verdieping of verdiepingen alsmede die, waar alle schoolvertrekken zich aan dezelfde kant van de gang bevinden, ten minste 2 M. breed.

Voor alle andere scholen moeten dc gangen een breedte hebben van ten minste 2.5 M.

De trappen moeten behoorlik verlicht zijn, een breedte hebben van ten minste 1.25 M. en voorzien zijn van een of meer bordessen.

Langs de wanden der trappen zijn doorlopende leuningen aan te brengen en aan de open zijden van de trappen, bordessen en portalen dichte hekken met leun i ngen.

Art. 13. De schoolbanken worden voorzien van een lendeleuning.

De schoolbanken hebben niet meer dan twee zitplaatsen.

Het tafelblad van een voldoend aantal der schoolbanken wordt ingericht voor de handwerken voor meisjes.

Art. 12. De deuren van het schoolvertrek zijn niet in onmiddellike gemeenschap met de buitenlucht.

De buitendeuren Van het schoolgebouw en de deuren der schoolvertrekken moeten naar buiten opendraaien. De deuren der schoolvertrekken kunnen ook schuifdeuren zijn.

De gangen en portalen zijn behoorlik verlicht, niet lager dan 4.5 M. en ten minste 3 M. breed.

De trappen moeten behoorlik verlicht zijn, een breedte hebben van ten minste 1.75 M. en voorzien zijn van een of meer bordessen.

Langs de wanden der trappen zijn doorlopende leuningen aan te brengen en aan de open zijden van de trappen, bordessen en portalen dichte hekken met leuningen.

Art. 13. De schoolbanken zijn verstelbaar en voorzien van een lendeleuning.

De schoolbanken hebben niet meer dan twee zitplaatsen.

Sluiten