Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewijzigde en de nader gewijzigde ontwerpen, eenigszins er tegen op gaat zien om eene meening uit te spreken, bij zich zelf denkende: dat moeten de juristen, die de wetten kennen, maar onderzoeken.

Er is dan ook veel, vooral in de eerste twee ontwerpen, dat voor bespreking in eene vergadering heel niet geschikt is, juridische vraagstukken, waarvan sommige zeer ingewikkeld.

Dat alles moet hier blijven rusten en is ook feitelijk van minder belang, al zal de wet niet goed kunnen werken, wanneer ze geen keurig afgewerkt werktuig is.

De hoofdzaak is, welken invloed de nieuwe wetten in de praktijk, in het leven, zullen uitoefenen; wat de wetgever wil bereiken en door welke middelen.

Ook in dit opzicht beslaan de ontwerpen een breed veld, ook hier is beperking heden noodig.

Vandaar de redactie van het onderwerp van bespreking, zooals dit op de convocatiebiljetten vermeld staat:

„De invloed, dien de voorgestelde wetswijzigingen oefenen zullen op de zorg van particuliere personen of gestichten voor de kinderen, wier lot zij zich aantrekken."

Om een vruchtbaar debat mogelijk te maken, zij het mij vergund de hoofdpunten van verschil aan te geven tusschen het bestaande en het voorgestelde.

Hoe is de toestand nu?

Niet bevredigend, dat is u liet best bekend.

Leven beide ouders, dan mist de liefdadigheid, die zich het lot der kinderen heeft aangetrokken, alle macht. Na den dood van een of van beide ouders kent de wet de voogdij van regenten, een gezag van twijfelachtigen omvang en gehalte.

Bestaat de voogdij daar, waar geen gesticht, geen gebouw is?

Bestaat de voogdij, indien de kinderen niet geheel en al op kosten van de liefdadigheid worden opgevoed?

Sluiten