Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat op de jongensspelen zijn stempel drukt, want bijna zonder uitzondering openbaren alle gezonde jongens een krachtigen drang tot beweging, is wel het specifieke onderscheid in beider verhouding.

Binnen een beperkte ruimte kunnen jongens hun spelen niet spelen en daarom worden zij altijd naar buiten gedreven, waar men ze in troepen (oorlog, roovertje e.a.) samenvindt; de meisjes hebben meer behoefte de verhalen, die zij hoorden uit te beelden; zij vinden hun liefste bezigheid in spelen, waarbij zij voor iets te zorgen hebben, hun spel is meer individueel, het is veelzijdig, maar gezelligheid in den zin van in grooten getale samenwerken is haar vreemd, omdat een enkel vriendinnetje haar als speelkameraad voldoende is; te groote deelneming zou het intieme doen afnemen. Onder het opgroeien en ouder worden verdwijnen deze verschillen en de moderne paedagogiek is bezig ze geheel en al op te ruimen. De overtuiging wint veld, dat hetgeen voor jongens noodzakelijk is, voor meisjes aanbeveling verdient, al is het dan voor elk naar zijn aard; dan zal ook het geestelijk leven en het gemoedsleven van beiden aanleerend en afleerend zich naar elkander toebuigend tot harmonische ontwikkeling komen.

De coëducatie heeft daartoe het hare bijgedragen en Engeland en Amerika leveren het bewijs, dat alle proeven om de verschillen weg te nemen en op te ruimen glansrijk zijn doorstaan.

Niet abnormale kinderen in de gestichten zijn aan dezelfde wetten gebonden als die, welke in de vrije maatschappij hunne opvoeding ontvangen en hiermede kom ik aan de vraag, welke eischen het kind in het algemeen en dus het kind in de gestichten niet minder, in de verschillende perioden van de ontwikkeling aan zijn opvoeders stelt en waarmede de opvoeder dus rekening moet houden in het belang van de toekomst van de(n) opvoedeling.

Het feit, dat vele kringen zich verklaren voor onderwijs

Sluiten