Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zal ongetwijfeld op u allen den indruk gemaakt hebben — waarom wij hem zoo bijzonder hoogachten — van te zijn een zeer ervaren klassiek paedagoog, die wel beseft, dat de grootste dienst die aan onze verpleegden kan worden bewezen is, dat men hun karakter vormt en hun zelfbeheersching leert.

Ik zal thans op het onderwerp niet verder ingaan; het is zoo veelzijdig, dat er zeker stof te over is, ook voor u, om daaromtrent met hem van gedachten te wisselen.

Alvorens die gedachtenwisseling echter te openen wensch ik tot den Heer Commissaris der Koningin, die mij zoo even mededeelde dat andere plichten hem elders roepen, nog een woord van dank te richten voor zijne tegenwoordigheid hier. Wij hebben die tegenwoordigheid hoog gewaardeerd en wij weten, dat hij iemand is, die warm gevoelt voor de zaak der kinderbescherming. Wij hopen, dat hij in de hooge positie waarin hij gesteld is nog menigmaal in de gelegenheid zal zijn om die zaak te helpen en te schragen.

(Teekenen van instemming).'

De heer Mr. dr. F. A. C. graaf Van Lynden van Sandenburg, Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht:

Geachte vergadering ! Zooals uw Voorzitter in zijne vriendelijke toespraak tot mij heeft te kennen gegeven, ben ik tot mijn leedwezen genoodzaakt reeds thans de vergadering te verlaten; maar ik wensch toch een woord van dank te richten tot den Voorzitter en het Bestuur, dat ik in de gelegenheid ben gesteld om een kort oogenblik van mijne belangstelling te doen blijken.

Toen deze Vereeniging werd opgericht was het besef levendig, dat ook in ons land de zorg voor de verwaarloosde jeugd ter hand genomen moest worden, en de spoedig daarop gevolgde invoering der Kinderwetten heeft de mogelijkheid geopend zoowel voor de Regeering als voor het particulier initiatief om op dit gebied hare werkzaamheid te ontplooien.

Sluiten