Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keert, in een vrij sterk contrast staat met den zoo geheel anderen toestand in het gezin, en met de scherpere kantjes, welke de samenleving nu eenmaal aan iedereen biedt. Wanneer dat gebeurt aan een inrichting als Hoenderloo, dan keert die jongen naar korter of langer tijd naar het gesticht terug en wordt de proef na eenigen tijd herhaald. De zaak is daarmede afgedaan. Gebeurt het echter aan een Rijksgesticht, dan moet de verplegende vereeniging zich onmiddellijk wenden tot de Regeering, ter intrekking der overdracht, de jongen keert dan evenwel niet weer naar het gesticht, waar hij wellicht jaren lang is opgevoed en waar hij zijn tehuis heeft gevonden; hij gaat naar Alkmaar, waar hij geobserveerd wordt, om na korter of langer tijd teruggebracht te worden naar een ander gesticht, Avereest of Leiden. In korten tijd krijgt zulk een kind een intensieve ondervinding van de verschillende Rijksgestichten, maar mist zijn verdere opvoeding den band, welken hij in zijn eerste opvoeding met zijn opvoeders heeft aangeknoopt. Aan den anderen kant kan ik mij voorstellen, dat het voor den directeur, die toch in elk geval Rijksambtenaar is, minder aangenaam kan zijn. wanneer herhaaldelijk aan het Departement de vraag kan rijzen of de kijk welken hij op den jongen heeft $ehad, wel de juiste was. Onder paedagogen zal die vergissing hem stellig niet euvel geduid worden, zij waardeeren iedere poging in de goede richting en weten bij ondervinding hoe vaak dergelijke proeven kunnen mislukken.

Ik kan mij dus heel goed voorstellen dat bij het tegenwoordig systeem een Directeur van een Rijksopvoedingsgesticht zich 'onthoudt van -alle proefneming op dit gebied, tengevolge waarvan in vele gevallen de gestichtsverpleging langer dan noodig gerekt wordt.

Indien het derhalve mogelijk zou wezen, dat directeuren van opvoedingsgestichten in directe verbinding stonden, buiten het Departement om, met vereenigingen, die zich beschikbaar stellen de verpleging van kinderen in overleg met hen op zich te nemen, en bereid zouden zijn proefnemingen

Sluiten