Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer wij nu onze kinderen, en vooral de meisjes, vroeger, zooals de eischen van het karakter en de eischen der ontwikkeling van het leven medebrengen, in de maatschappij willen terugbrengen, dan moet de maatschappij ook willen medewerken: dan moeten er ook huismoeders gevonden worden, die dergelijke meisjes onder hare hoede willen nemen, niet in de eerste plaats om er zooveel mogelijk voordeel van te trekken, door die meisjes zooveel mogelijk diensten te doen bewijzen, maar om het werk van de opvoeding te voltooien, al zullen die huismoeders aan deze meisjes aanvankelijk eenige zorg en nog weinig hulp hebben.

Gelukt het een goede huismoeder te vinden, die ook voor het aankomend meisje een moeder wil zijn, die de verdere verantwoordelijkheid voor de opvoeding wil aanvaarden, en die in haar eigen gezin wil zorgen voor de opleiding en voor het aanleeren van de vereischte kundigheden -— men kan ook in de grootere plaatsen vakscholen te hulp roepen — dan is voor de vorming van het meisje veel gewonnen. Men zal dan, bij de ontwikkeling van het meisje, niet die moeilijkheden ondervinden, waartegen later moet worden geworsteld als men haar te lang in het opvoedingsgesticht laat blijven.

Ik denk er niet aan den heer Van Wijhe te bestrijden, ten opzichte zijner denkbeelden omtrent de jongens. Er is over gesproken, dat de tijd van twee jaren voor vele jongens te kort zou zijn ; laten de heeren, die daaromtrent persoonlijk ondervinding hebben, over dit punt spreken, maar, wat betreft de opvoeding van het normale kind, schaar ik mij aan de zijde van den heer Van W ij h e en ik hoop, dat die gedachte ook bij onze weeshuis-besturen meer en meer zal doordringen. Ik hoop, dat die besturen niet langer zullen zeggen: de kinderen moeten tot het twintigste jaar in het weeshuis blijven; dan worden zij aangenomen en dan krijgen zij een uitzet; eerst dan is de tijd aangebroken om de maatschappij in te gaan. Neen, de kinderen kunnen ook buiten het gesticht een uitzet verdienen

Sluiten