is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag der vergadering van leden en genoodigden van den Nederlandschen Bond tot Kinderbescherming gehouden op zaterdag 12 oktober 1918 ... Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat gaan: dan kunnen zij hunne eigen keus vestigen.

Dan wil ik nog hierop den nadruk leggen. Ook met den heer Snoeck Henkemans ben ik het geheel eens, dat dit ook voor de meisjes van de grootste waarde is. Het samengaan van vele oudere elementen lijkt mij zoo buitengewoon ongeschikt. Groepen van jongens van boven zekeren leeftijd werken veelal slecht op elkaar, en hetzelfde is, ook in zeer goede gestichten, met de groote meisjes het geval. Het is niet meer de leeftijd, waarin men in groote groepen kan opgevoed worden.

De heer Snoeck Henkemans zegt: die kinderen zijn nog niet klaar; zij moeten nog een vak leeren ; zij moeten opgevoed worden; wie moet dat doen? Dat moet de maatschappij doen, en op de maatschappij doet hij dan een beroep.

Ik ga daarin geheel met hem mede, maar ik zou daaraan nog dit willen toevoegen.

Het is ook billijk dat wij daarvoor betalen. Wij zouden daarvoor kunnen betalen want zij zullen ontzaglijk veel uitsparen, wanneer die intensieve vakopleiding in de gestichten op groote schaal zal kunnen worden beperkt. Het is niet meer dan billijk dat men, wanneer iemand een jongen of een meisje in dienst neemt, dat eigenlijk nog niet heel veel kan en bovendien een groote lastpost is — want het zijn dikwijls lastige producten, personen, die gewend zijn aan een gesticht waar alles een beetje op zijn gemak gaat, waar alles klaar staat, en die zich nog niet hebben weten aan te passen aan het gewone leven — in het begin eenig rouwgeld betaalt. Men moet niet alleen niet eischen, dat die kinderen dadelijk wat verdienen, maar men moet aan de opnemende gezinnen een tegemoetkoming geven. Dat betaalt zich op den duur weder voortreffelijk; want men kan dadelijk veel beter gezinnen vinden. Het geld is in menig gezin welkom. Men kan dan eischen, dat de menschen zich veel meer moeite geven zoowel voor de karaktervorming als voor de vakopleiding der jongens en meisjes. Dat maakt, dat van de kinderen heel wat meer terecht komt. Door de vakopleiding in de vrije maatschappij zullen de jongens in de eerste