Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Groot die ik eigenlijk gaarne in deze vergadering had gezien, heeft zich, geassisteerd door een der hoofdambtenaren van het Departement van Justitie, veel moeite gegeven om de regeling, welke hij voor de Rijksopvoedingsgestichten had ontworpen, ook smakelijk te maken voor de particuliere gestichten. Dat was niet zoo heel moeilijk, omdat aan die regeling verbonden was een zeer ruime subsidieregeling, overeenkomende met de vakonderwijs-subsidieregeling van Binnenlandsche Zaken, zooals die in den lande voor de vakscholen geldt en welke er verscheidene instellingen toegebracht heeft om met beide handen dat middel om aan meer financieelen steun te komen aan te grijpen.

Onze stichting heeft aanvankelijk gemeend op dat plan van den heer De Groot niet te moeten ingaan ; zij heeft de vele mérites van dat plan erkend, maar zij heeft zich tot den Minister van Justitie gewend met de mededeeling, dat zij voorhands niet tot die regeling wilde toetreden, omdat zij wenschte af te wachten wat er ten opzichte van de verplegingssubsidie, waarvan de verhooging zoo bitter noodig was, door het Departement van Justitie zou worden gedaan, Zooals door U, Mijnheer de Voorzitter, en door anderen reeds is geconstateerd, is die betere regeling voor de verplegingssubsidie gekomen en inderdaad — dit mag in dezen kring wel eens gezegd worden — op onbekrompen wijze is de Regeering in haar aan de Staten-Generaal gedaan voorstel aan de groote bezwaren, welke heerschen, tegemoet gekomen.

Maar nu rijst voor onze vereeniging, evenals voor de andere stichtingen, de vraag, welke ik meen hier wel te mogen opwerpen : moeten wij die regeling thans wèl aanvaarden ? Het financieele bezwaar is dan misschien weggenomen, want aanvaarden wij die vakonderwijsregeling, dan moeten er toch nog groote kapitaals-uitgaven worden gedaan, (bouw van lokalen, werkplaatsen, ambtenaarswoningen, enz.), maar nu dient nog de paedagogische kwestie, onder het oog te worden gezien. Wij hooren hier, dat voor

Sluiten