Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomende in de Jaarcijfers, een bruikbare grondslag zoude kunnen zijn voor eene winstraming van het Nederlandsche levensverzekeringbedrijf, zeer was gedaald, hebben wij ons onderzoek verder voortgezet en daarbij is ons gebleken:

1°. dat de totaal kolom der bedoelde tabel óók niet geacht mag worden de „bruto-winsten" der maatschappijen weter te geven.

In die kolom zijn, zooals het onderzoek ons leerde, veelal opgenomen de saldo's der winst- en verliesrekeningen en deze wijzen voor de verschillende maatschappijen niet dezelfde begrippen aan. De eene noemt de öntób-winst het saldo, terwijl de andere maatschappij daaronder de netto winst verstaat. Bovendien namen sommige maatschappijen over het jaar 1915 in het geheel geen saldo op;

2°. dat geen rekening is gehouden met de omstandigheid, dat door het brengen van eene wijziging in de grondslagen" van de berekening der wiskundige reserve, of in de methode van de waardebepaling der activa, het resultaat der winst- en verliesrekening zeer sterk kan worden beïnvloed;

Juist in het jaar 1915 hebben meerdere maatschappijen zulk eene wijziging aangebracht.

Door voor het berekenen van de wiskundige reserve een hoogeren rentevoet aan te nemen dan voorheen, kon b.v. één maatschappij haar „bruto-winst" circa l1/» millioen hooger stellen dan het geval zoude zijn geweest, zoo. zij die wijziging niet had aangebracht; terwijl voor een andere maatschappij de op deze wijze verkregen „bruto-winst" met circa acht en een halve ton werd verhoogd.

Hoe men nu ook moge denken over de vraag, of en zoo ja welk verband er möet bestaan tusschen den voor de berekening der wiskundige reserve aangenomen rentevoet en de koersdaling van het effectenbezit, vast staat toch in ieder geval wel, dat de bedragen aan de premie-reserve op bovenaangegeven wijze onttrokken, niet als winst van bet laatste boekjaar alléén zijn te beschouwen, maar hoogstens als winst over alle jaren, waarin de rentevoet langzamerhand is gestegen;

3°. dat geen rekening is gehouden met liet feit, dat meerdere maatschappijen niet telken jare de winst vaststellen, doch zulks' slechts om de 8, 4 of 5 jaren doen.

Ten onrechte is nu in de Jaarcijfers de winst van zulk een periode bij sommige maatschappijen niet, bij andere als de winst van één jaar opgenomen ;

4°. dat geen rekening is gehouden met de mogelijkheid, dat een brutowinst is vastgesteld, nadat aan de extra-reserves bedragen waren onttrokken.

Wel bevat de tabel een kolom vermeerdering der overige reserves, maar negatieve bedragen zijn daarin niet opgenomen en een kolom vermindering der overige reserves ontbreekt;

5°. dat in de tabel voorkomen de cijfers van 78 maatschappijen, terwijl er meer maatschappijen zijn.

Ten onrechte is echter wel medegeteld het winstcijfer der Nederlandsch-Indische Levensverzekering- en Lijfrente-Maatschappij. Deze maatschappij is niet in Nederland gevestigd, en de door haar behaalde winsten mogen derhalve niet in aanmerking worden genomen, indien moet worden vastgesteld de winst door de Nederlandsche maatschappijen verkregen;

6°. dat geen rekening is gehouden met de door de maatschappijen gekweekte rente van de gestorte kapitalen en bestaande vrije reserves.

Deze rente vormt een belangrijk deel van de door de maatschappijen gemaakte winst, doch is niet als bedrijfswinst te beschouwen;

7°. dat als winst, aan de maatschappijen ten goede komende, ook zijn aangemerkt dié bedragen, welke zij verplicht zijn uit te keeren aan hare verzekeringnemers, die zich het bijzonder recht daarop hebben bedongen door het betalen van een hoogere premie;

8°. dat in de tabel ook zijn opgenomen de onderlinge maatschappijen en als winst van het bedrijf derhalve ook zijn beschouwd de bedragen, welke die maatschappijen onder de bij haar aangesloten leden verdoelen.

Hare overschotten hebben echter een geheel ander karakter dan de winsten der naamlooze vennootschappen,

Sluiten