Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zal Uwe Excellentie na deze uiteenzetting wel duidelijk zijn, dat wij niet meer in twijfel verkeeren over het antwoord, hetwelk wij op de door ons gestelde vraag moeten geven en dat het luidt:

„De aan de Jaarcijfers ontleende gegevens over 1915 zijn absoluut onbruikbaar als grondslag eener raming van de winsten der Nederlandsche maatschappijen van levensverzekering".

In de tweede plaats moesten wij onder de oogen zien de vraag: Bestrijken de Nederlandsche maatschappijen slechts ongeveer 2/3 van het geheele terrein der levensverzekering in Nederland en wordt 1/ 0f zelfs nog iets meer bewerkt door buitenlandsche maatschappijen ?

3 In verband daarmede moest verder worden nagegaan, of de veronderstelling, dat de Nederlandsche maatschappijen veel minder in het buitenland bereikten dan de buitenlandsche maatschappijen in ons land, geacht kon worden juist te zijn.

In onze vergadering werden wij er mede in kennis gesteld, dat de raming van den omvang van het bedrijf der buitenlandsche maatschappijen van levensverzekering hier te lande was ontleend aan fiscale gegevens, voorkomende in de „Statistiek der Rijksinkomsten" en wel in de tabellen XXII en XXIII.

Tabel XXII geeft aan, dat er in 1914/15 in totaal 417 buitenlandsche assuradeuren waren, die in de bedrijfsbelasting waren aangeslagen; dat deze 417 assuradeuren niet de levensverzekering alléén uitoefenden, doch alle mogelijke branches als: brand-, ongevallen-, ziekte-, zee-, transportverzekering enz. en voorts, dat die assuradeuren te zamen aan premiën nadden ontvangen ƒ 16.895.007.— en derhalve een belastbaar inkomen hadden van ƒ 1.689.000.— (10 pet. van de premie-ontvangst).

Tabel XXIII geeft aan dat het geheele Nederlandsche verzekeringswezen — eveneens alle branches omvattende — in totaal een belastbaar inkomen had van ƒ3.019.761.—.

Uit deze fiscale gegevens was naar ons bleek het volgende afgeleid :

De buitenlandsche assuradeuren, alle branches uitoefenende, hadden over 3 914/15 een belastbaar inkomen van ƒ1.689.000.—.

Het Nederlandsche verzekeringswezen, alle branches uitoefenende, betaalde belasting over ƒ3.019.761.—.

Deze cijfers verhouden zich ongeveer als 1 : 2.

Aannemende, dat de verhouding tusschen binnen- en buitenlandsche levensverzekering-maatschappijen ongeveer dezelfde is als die tusschen alle binnen- en buitenlandsche verzekering-maatschappijen mag worden geconcludeerd, dat het belastbaar inkomen der buitenlandsche levensverzekering-maatschappijen ongeveer de helft heeft bedragen van dat der binnenlandsche levensverzekering-maatschappijen, en dat dus van het geheele levensverzekeringbedrijf iets meer dan ]/3 i" handen van buitenlanders is".

Eene nadere bestudeering dezer gegevens en van de daaruit getrokken conclusies heeft bij ons ernstigen twijfel doen ontstaan aan de juistheid van liet vermoeden „dat de verhouding tusschen binnenen buitenlandsche Zetfmsuera&eriw^maatschappijen ongeveer dezelfde is als die tusschen alle binnen- en buitenlandsche verzekering-m&&t-

schappijen". ,,r , .,

Immers terwijl de „Statistiek der Rijksinkomsten 41/ buitenlandsche assuradeuren kent, leert de Nederlandsche Almanak van Levensverzekering 1914 ons, dat er slechts 43 buitenlandsche levens»w3efceriM0-maatschapp«en hier te lande het bedrijf uitoefenen, alzoo

slechts even 10 pet. .. '.

Van de 157'binnenlandsche ondernemingen m de Statistiek voorkomende zijn er echter reeds 44 levensverzekering-maatschappijen, alzoo ongeveer 28 pet. ■ -• , ,

Maar bovendien, wanneer men de in de Statistiek voorkomende getallen toetst aan' de cijfers, voorkomende in andere periodieken, dan zal men ontwaren, dat er groote verschillen bestaan.

Zoo kent de Statistiek der Rijksinkomsten slechts 157 binnenlandsche verzekeraars, terwijl het Jaarboekje van het Assurantie- en Hypotheekwezen, hetwelk nog niet eens volledig is, met minder dan 544 binnenlandsche verzekeringsondernemingen noemt.

Sluiten