Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekeringbedrijf sterk tot uiting komt, de financieele uitkomsten van het.gevoerd beheer in een zoo gunstig mogelijk daglicht te stellen, zooals men' uit de bestudeering der jaarverslagen kan zien.

Vervolgens hadden wij vast te stellen, op welke wijze wij de gegevens, noodig voor het bepalen van het beoogde winstcijfer, het best zouden kunnen verkrijgen.

De verslagen der levensverzekering-maatschappijen zijn wel zeer uitvoerig, maar tevens zeer verschillend ingericht; een zelfde benaming duidt niet altijd een zelfde zaak aan, en daardoor is het gevaar,» dat zij, die niet aan de samenstelling van het jaarverslag hebben medegewerkt, daaruit onjuiste gevolgtrekkingen maken, allerminst denkbeeldig.

Eene bestudeering en uitwerking van de jaarverslagen van alle maatschappijen over niet minder dan 10 jaren zou bovendien zoo enorm veel tijd eischen — men bedenke daarbij, dat voor ons allen ons gewone werk bleef bestaan — dat wij, ook bij het volgen van dezen weg, Uwé Excellentie niet spoedig genoeg eenig resultaat zouden kunnen ter hand stellen.

Wij kwamen daarom tot het besluit, dat het wenschelijk was een beroep te doen op de welwillende medewerking der maatschappijen en van haar die gegevens te vragen, welke noodig waren om een winstcijfer op te bouwen en nuttig konden zijn voor de vorming van een oordeel over de resultaten door de Nederlandsche levensverzekeringmaatschappijen bereikt. Het vragenformulier, door ons aan de verschillende maatschappijen toegezonden, is als Bijlage I aan dit rapport toegevoegd.

Deze vragenlijst is door ons toegezonden aan alle maatschappijen (ook aan de onderlinge), die genoemd worden in Wiebes' Jaarcijfers 1911/15 in de eerste en tweede groep, met uitzondering van de Nederlandsch-Indische Levensverzekering- en Lijfrente-Maatschappij, die in dit verband als buitenlandsche maatschappij moest worden aangemerkt.

Dè „derde groep", waarin zijn opgenomen die maatschappijen en fondsen, welke door den samensteller der genoemde Jaarcijfers als „lichtschuwen" worden aangeduid, omdat zij geen verslagen publiceeren of gegevens verstrekken, hebben' wij buiten beschouwing gelaten. Zij behooren eigenlijk in technischen zin niet tot de verzekeringsondernemingen. De waarde harer verplichtingen wordt voor zoover bekend niet wetenschappelijk vastgesteld en de geldelijke uitkomsten van haar bedrijf staan niet vast.

Niet alle maatschappijen hebben ons de haar toegezonden staten doen toekomen. Enkele, vrijwel zonder. uitzondering zeer kleine ondernemingen,, bleven in gebreke, vermoedelijk wijl zij niet in staat waren de door ons verlangde gegevens te verschaffen.

Aan dit rapport zijn als Bijlagen II en III toegevoegd:

als Bijlage II a—c staten, vermeldende de namen der maatschappijen, wier opgaven wij hebben kunnen verwerken, haar op 31 December 1913 gestort kapitaal en verzekerd bedrag, zoomede het bedrag der in 1913 ontvangen premiën;

als Bijlage III a—d staten, vermeldende de namen der maatschappijen, die ons de noodige gegevens niet verschaften, met dezelfde gegevens, voor zooverre deze door ons uit andere bronnen te putten waren.

Uit deze staten zal Uwe Excellentie ontwaren, dat de door ons verzamelde en verwerkte gegevens betrekking hebben-op 81 maatschappijen, met een verzekerd bedrag van ƒ 1.232.427.383.—, uitmakende + 98% van het geheele bedrag bij de Nederlandsche levensverzekering-maatschappijen verzekerd en met een premie-ontvangst van f 45.254.703.—, uitmakend 4- 96°/0 van de totale premie-ontvangst der Nederlandsche maatschappijen.

De gegevens, door de maatschappijen verstrekt, zijn door ons zorgvuldig met behulp der gepubliceerde jaarverslagen gecontroleerd; daar, waar twijfel bestond, zijn nadere inlichtingen gevraagd en de noodige aanvullingen en correcties zijn door ons aangebracht.

Uit deze aldus verzamelde gegevens is door ons een „Eerste verzamelstaat voor de naamlooze vennootschappen" opgemaakt en éénzelfde staat voor de onderlinge ondernemingen (Bijlage A 1—22).

Sluiten