Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben ondergaan, indien ons van alle behandelde maatschappijen de volledige gegevens te dezen opzichte ter beschikking hadden gestaan;

3°. de afschrijvingen op meubilair en materieel zijn door ons verwaarloosd; zij zijn dus, evenals alle maatschappijen zulks doen, als werkelijke verliezen in aanmerking genomen.

Het resultaat waartoe wij blijkens de Eindverzamelstaten (Bijlagen VI en VII) zijn gekomen, is derhalve als volgt:

Door de maatschappijen, wier gegevens ons bekend waren, (zie bijlage II) is in het 10-jarig tijdvak een zuivere winst gemaakt

door de naamlooze vennootschappen (Bijlage VI) . f 3.797.058.—

door de onderlinge ondernemingen (Bijlage VII) . „ 56.710.—

in totaal alzoo ... ƒ 3.853.768.— of gemiddeld per jaar f 385.376.—

Wij achten het onzen plicht te vermelden, dat ook in onze oogen op deze eindcijfers critiek zal kunnen worden uitgeoefend en meenen goed te doen Uw aandacht op de volgende punten te vestigen.

L Het winstcijfer, door ons als eindresultaat gevonden, is naar het ons voorkomt te laag:

a. omdat de winsten der op bijlage III voorkomende ondernemingen zijn verwaarloosd.

Neemt men voor deze maatschappijen als winstcijfer aan een bedrag staande tot het gevonden winstcijfer in eenzelfde verhouding als aanwezig is tusschen de premie-ontvangsten der op bijlage II en bijlage III voorkomende maatschappijen, dan zou de zuivere winst van f 385.376.— per jaar stijgen tot f 397.767.— gemiddeld per jaar;

b. omdat meerdere maatschappijen de waarde van haar meubilair en materieel pro memorie hebben uitgetrokken, terwijl mag worden aangenomen, dat die waarde in het 10-jarig tijdvak wel zal zijn toegenomen. .

Van veel belang kan dit natuurlijk niet voor het eindresultaat zijn;

c. omdat één maatschappij bezwaar heeft gemaakt op te geven welk bedrag aan tantièmes door haar per jaar werd uitgekeerd en de jaarverslagen op dit punt geen licht verschaften;

d. omdat de bedragen, welke, ten gevolge van het brengen van wijziging in het stelsel van berekening der premie-reserve of van' waardeering der activa, aan de winst zijn ten goede gekomen, door ons geheel in mindering zijn gebracht van het winstcijfer, terwijl een onderdeel dier bedragen, strikt genomen, wèl als winst, in het 10-jarig tijdvak opgespaard, moet worden beschouwd.

Ü: Het winstcijfer, als eindresultaat- gevonden, is naar wij meenen te hoog:

a. omdat verschillende maatschappijen, behalve levensverzekering, nog andere branches uitoefenen.

Waar splitsing der winst onmogelijk was, daar werd de geheele winst door ons beschouwd als te zijn verkregen uit de levensverzekering alleen;

b. omdat in het 10-jarig tijdvak meerdere ondernemingen zijn opgeheven of zich hebben opgelost in andere instellingen, gewoonlijk geen bewijs van bloei en winstgevendheid.

Als bijlage VIII is hierbij gevoegd een staat, aangevende de namen dier maatschappijen, waaruit tevens blijkt, dat zes zijn gefailleerd;

c. omdat uit de gegevens en jaarverslagen wèl steeds viel op te maken, wat door de maatschappijen, door het brengen van wijziging in het stelsel van berekening der premie-reserve of het toepassen van een anderen waardemeter op de activa, aan de winst was onttrokken — omdat zulks wees op eene innerlijke versterking van den flnancieelen toestand^der onderneming — en deze bedragen dus steeds als winst zijn beschouwd, terwijl niet steeds viel uit te maken met hoeveel de winst door dergelijke wijzigingen "fictief werd verhoogd — omdat zulks wees op eene verzwakking van den flnancieelen toestand der onderneming — zoodat wij die bedragen niet altijd in mindering van de winst konden brengen;

d. omdat alle tantièmes en gratificatiën door ons als winst zijn aangemerkt, ofschoon zij meerdere malen te beschouwen zouden zijn geweest als salaris;

Sluiten