Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6°. De Memorie van Antwoord, naar aanleiding van dat Voorloopig Verslag,

7". Een Extract van het Rapport onzer Staats-Commissie, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 17 April 1899, om het vraagstuk van Staats-exploitatie der Steenkoolafzettingen te bestudeeren.

De Commissie uit den Belgischen Senaat heeft er zich niet alleen toe bepaald om al die stukken in haar rapport in extenso op te nemen, ze heeft ook gemeend haar eigen oordeel over onze wet van 24 Juni 1901 te moeten geven en over het rapport van de Staats-Commissie, naar aanleiding waarvan de Minister zich gerechtigd achtte liet ontwerp daartoe ter goedkeuring aan de Kamers te zenden.

Na eerst het oordeel van den Franschen Ingenieur Weiss aangehaald te hebben, die eene zeer grondige studie had gemaakt van de door den Pruisischen Staat ontgonnen Steenkoolmijnen te Saarbrucken en die naar aanleiding daarvan er toe gekomen was om de aan Staats-exploitatie verbonden nadeelen in het licht te stellen, zegt het verslag het volgende:

„Wij hebben het noodig geoordeeld om den inhoud van „deze interessante studie (die van den heer Weiss) onder „de oogen van den Senaat te brengen. Het voorbeeld van „de mijnen aan de Saar wordt immers door de voorstanders „van Staats-exploitatie steeds met kracht ingeroepen.

„En dit zelfde voorbeeld heeft onze zoo voorzichtige en „gereserveerde buren, ten Noorden, er toe doen besluiten, „om denzelfden weg in te slaan. 1)

1) Waarschijnlijk eene ironische opmerking, naar aanleiding van het in dit zelfde verslag besproken wets-ontwerp van de Socialistische afgevaardigden Denis en Van der Velde, die eveneens een wetsontwerp tot Staats-exploitatie hadden ingediend en tot motiveering daarvan o. a. een beroep hadden gedaan op het in Nederland bij de wet van 24 Juni 1901, aangenomen beginsel: C'est ainsi que le plus prudent des „gouvernements répond aux accusations persistantes dirigées contre 1'Etat," lezen wij in hunne toelichtende nota.

Sluiten