is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondwetschennis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooging van 28 percent bij de loonen plaats gehad, terwijl bij die van de Saar er slechts eene van 8 percent valt op te merken. In 1900 bedroeg het jaarlijks verdiende loon van de werklieden van den Staat 360 francs minder dan dat van de werklieden bij de privaat-industrie aan de Roer. Het werkloon bedraagt hier 60 percent van de productiekosten, waar tegenover staat slechts 40 percent bij de mijnen van den Pruisischen Staat.

Wanneer men er zich toe bepaalt, om slechts deze twee groote belangen in aanmerking te nemen, die van het publiek en die van de arbeiders, dan moet men constateeren, dat in 1900 de particuliere industrie aan de Roer hare steenkool -1 franken goedkooper verkocht dan de Staats-industrie en dit terwijl aan eiken arbeider nog buitendien 360 francs meer loon werd uitgekeerd. Dit onderscheid is slechts voor een zeer klein deel toe te schrijven aan de hoogere opbrengst per man aan de Roer, waar daarentegen het afzinken der putten met veel grooter moeilijkheden gepaard gaat dan aan de Saar.

I)e hoofdoorzaak van het verschil, in de verkregen resultaten, moet gezocht worden in de altijd kostbare Staats-exploitatie en in de fiscaliteit van den Pruisischen Staat, die een verbruiksrecht heft van fr. 1.62 per ton, of 370 franken per arbeider, tegen eene winst van fr. 0.83 per ton, of 145 franken per arbeider, die de Belgische steenkool-industrie maakt, welke in dit opzicht wordt aangevallen door de bewonderaars van het Pruisische stelsel.

Aan hen die mij tegenwerpen, dat het voordeel, of beter gezegd de indirecte heffing, van fr. 1,62 die de Pruisische fiscus op den verbruiker legt, niet te verwerpen is voor de schatkist, zou ik willen doen opmerken, dat deze omstandigheden beheerscht worden door den geheel bijzonderen geologischeri, geographischen en politieken toestand van het steenkool-bekken aan de Saar. Tn dit opzicht