Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steenkoolmijnen in Limburg ingeroepen overwegingen de revue te laten passeeren. Ook in dit opzicht willen wij volstaan met te verwijzen naar de documenten, die in de laatste aflevering van de Annales des Mines des Belgique gepubliceerd werden ')

Op dit oogenblik echter, waar de revisie van het mijnrecht, vooral in België, aan de orde is, kan het van nut wezen om de oorzaken na te gaan, die aanleiding hebben gegeven tot het ontwerpen van de wet van 1901 en te onderzoeken, in hoever deze opmerkelijke evolutie van de Nederlandsche wetgeving tot leering kan strekken voor de verbetering, die men van plan is aan te brengen in de wetten, die ons eigen mijn-stelsel beheerschen.

Wanneer men het uitgangspunt van deze evolutie nader beschouwt, dan merkt men dadelijk op, dat de Nederlandsche Regeering zich, in dit geval, meer door speciale gebeurtenissen heeft laten inspireeren, dan wel door overwegingen, op juridisch en sociaal gebied, die men toch meestal ten gunste van Staats-ontginning van mijnen inroept.

Het schijnt, dat in Nederland de geschiedenis van de mijn-industrie, in de vorige eeuw, de mislukking van het stelsel van aan particulieren verleende concessies heeft aangetoond. Talrijke concessies, die sedert 1893 verleend waren, werden niet in ontginning gebracht en wanneer het ook erkend moet worden, dat sedert de meerdere activiteit, die de drie maatschappijen ontwikkelden, welke zich tot daartoe op eene op bescheiden schaal aangelegde exploitatie hadden toegelegd, ook meer levendigheid in de mijn-industrie in het algemeen heeft gebracht, zoo werd

1) Ik heb, voor zoover noodig, den inhoud van deze, uit een oeconomisch en financieel oogpunt interessante, documenten weergegeven bij bespreking van het rapport van de Commissie uit den Belgischen Senaat. R. V.

4

Sluiten