Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Wetsontwerp tot Opsporen van Delfstoffen van Staatswege.

Het Wetsontwerp stelt voor, dat over eene groote terrein oppervlakte, zich uitstrekkende over een belangrijk gedeelte van de provinciën Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel, en waarvan de grenzen in het Wetsontwerp nader aangegeven zijn, gedurende een tijdperk van zes (achtereenvolgende?) jaren, te rekenen van het in werking treden der Wet, het aan anderen dan den Staat verboden zal zijn, delfstoffen op te sporen, tenzij met vergunning van den Minister van Waterstaat. Zulk eene vergunning zal dan echter niet verleend worden voor het opsporen van steen- en bruinkool, steenzout en kalizouten. Overtreding van dit verbod zal gestraft worden met hechtenis van ten hoogste zes maanden, of geldboeten van ten hoogste drie honderd gulden. Het verbod is evenwel niet van toepassing op opsporingen van delfstoffen, welke na de afkondiging van deze Wet plaats hebben, indien zij eene voortzetting vormen van werkzaamheden, die in het veld aangevangen zijn vóór 1 Januari 1903, mits dienaangaande, door hem voor wien, of voor wiens rekening, de opsporingen geschieden, binnen eene maand na het in werking treden van de wet, mededeeling aan den Minister van Waterstaat wordt gedaan, onder nauwkeurige vermelding van de plaats waar de opsporingen geschieden en het tijdstip waarop daarmede is aangevangen.

Sluiten